Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kees - in de uitdrukking klaar is kees

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

kees4 in de uitdrukking klaar is kees [dan is de zaak in orde] {1676} is ‘kees’ een nevenvorm van kaas, gebruikt als woordspeling met de persoonsnaam Kees.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

kees 2 in de uitdrukking klaar is kees is een dial. vorm van kaas.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

kees I (klaar is Kees). Ook ndd. dial., soms met het lidwoord. Zie kaas.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

Kees 1 , in klaar is K., woordspeling met kees dial. bijvorm van kaas, en den eigennaam Kees = Cornelis.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetensckap en Kuns

kees: (gew. i. uitdr.) dis klaar met kees, waarby wsk. meest. gedink word aan Kees (ook Ndl.) as naam v. ’n aap of bobbejaan, maar in Ndl. lui dit: klaar is Kees, waarby blb. meest. aan ’n persn. gedink word, hoewel kees ook ’n dial. Ndl. vorm v. kaas is (Kloe HGA 293, 304), vgl. Afr. kês.

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1158. Klaar is Kees!

misschien eene verbasterde uitdr. voor klaar is de kees (= de kaas), zooals de zegswijze nog luidt in het Nederduitsch do wêr de Kâs klâr en klâr is d' Kês (Eckart, 247; 268; Hoeufft, 286; Taalgids IV, 286); Zuid-Afrik. dit is klaar met Kees (Boshoff, 339). Ook in Zuid-Nederland Klaar is Kees, ik ben gereed; mijn werk is af (Waasch Idiot. 803; Antw. Idiot. 2237); oostfri. klâr is Kés en klâr was Kêsje, harr' se man 'n man (Ten Doornk. Koolm. II, 203 b); fri. klear is Kees. Het is evenwel volstrekt niet onmogelijk dat we in Kees den eigennaam moeten zienNdl. Wdb. VII, 723, waar ook gewezen wordt op: Zoo komt Harmen in 't wammes; 't Is gedaan met Kaatie en dergelijke. blijkens uitdrukkingen als hupsa Kees, vooruit! Hup zei Kees (in Nkr. I, 19 Mei p. 6) naast Hupsa Kee (in Nkr. VII, 29 Maart, p. 2); het Zaansche wiptem Keesje, gezegd bij het ledigen van een glas; zie no. 70 en vgl. Nav. LXI, 181: Claer is Kees (anno 1637); Harreb. I, 440 b: Klaar is Kees, zei Trijn, en toen hing haar man aan de galg; Klaar is Kees en hij had zijn mutsje weerom; Klaar is Kees, zei de jongen, en hij zag zijn' vaâr hangen; Jong. 71; Nest, 136; Nkr. III, 28 Mrt. p. 5; P.K. 99. In Handelsbl. 20 Mrt. 1913, p. 1 k. 5 avondbl.: Klaar is Cornelis. In A. Jodenh. II, 44: t' Is klaar as Kees, niks wat mankeert; III, 12: ‘Nou’, sprak ze, ‘juffie Bet! t' is klaar as Kees hoor’.(Aanv.) Zie nog Ndl. Wdb. VII, 2004.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut