Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

keen - (suikerriet)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

kaan (het), (veroud.) suikerriet (Saccharum officinarum, Grassenfamilie*). () terwyl op die Plantagie* gemaalen werd, en meest al de Slaaven in ’t Veld waren, om Kain of Suikerriet te kappen en dat naar den Molen te brengen; hadden de Wegloopers* zich den geheelen morgen en meer dagen bevoorens onthouden rondom de Gronden* aan den Boschkant, van waar zy alles konden zien wat de Slaaven deeden (Hartsinck 1770: 757). - Etym.: Vgl. E cane, S ken = id.; later SN keen*. Oudste vindpl. plak. van 1687 (caen, kaen; S&dS 176). Verder caangrond (plak. van 1699, S&dS 236) en bij De Kom (1935; 1981: 47) nog kantras voor tras*. - Syn. riet*.

keen (de), (veroud.?) suikerriet (Saccharum officinarum, Grassenfamilie*). - Etym.: Oudste vindpl. Blom 1786. Vgl. E cane, S ken = id. In oudere lit. caen e.d.: zie kaan*. - Syn. riet*.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut