Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

keen - (spleet, kiem)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

keen* [spleet, kiem] {1410 in de betekenis ‘geul’; kene [kiem] 1599} van dezelfde stam als kiem, met de grondbetekenis ‘opengaan’.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

keen znw. v. ‘kloof, spleet, scheur, kerf’, mnl. kēne v. ‘reet, spleet, barst’, vgl. oe. cinu v. ‘reet, spleet’, nde. dial. kin ‘spleet’. — Zie verder: kiem 1.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

keen v., Mnl. kene, Os. kinisli, kî + Hgd. kinst, Ags. cine (Eng. chine) van denz. wortel als kiem, die bet. openspringen.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

keen verouderd, (zn.) vruchtenpit; Nuinederlands kene <1599>.

Thematische woordenboeken

G. van Berkel & K. Samplonius (2018), Nederlandse plaatsnamen verklaard

keen 'geul, kreek'
Onl. kene 'smal water', mnl. kene 'spleet', nfri. tseen (op Texel) en sien (Terschelling), os. kina, oe. cinu 'reet, spleet', bij oe. cînan 'opensplijten, barsten', nde. dial. kin 'spleet'1. Oude vermeldingen van een waternaam Keen zijn 1181-1210 kopie Langenchin (ligging onbekend, op Walcheren)2) en eind 12e eeuw-1207 ad aliam aquam, que vocatur Kene (omgeving Serooskerke en Oostkapelle op Walcheren)3.
Lit. 1Künzel e.a. 1989 204, Schönfeld 1955 213, Moerman 1956 123v, Holthausen 1974 49, 2Idem 217, 3Idem 204.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut