Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kazemat - (gewelfde ruimte onder een vestingwal)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

kazemat zn. ‘gewelfde ruimte onder een vestingwal’
Vnnl. casematte ‘diep gelegen en overdekte borstwering van een burcht’ [1588; Kil.], Moortcuijlen. De Françoisen ende Italianen heeten se casemattes [1594; WNT].
Via Frans casemate [1539; Rey] ontleend aan Italiaans casamatta ‘ruimte onder vestingwal’ [1502-24; Battaglia], eerder camata (Rey). Verdere etymologie onzeker, maar wrsch. met volksetymologische invloed van casa ‘huis’, zie → casino, ontleend aan Grieks khásmata, mv. van khásma ‘grote ruimte, kloof, muil’, een afleiding van kháskein of khaneĩn ‘gapen, zich openen’, verwant met → geeuwen, en zie ook → chaos. Minder wrsch. is vorming binnen het Italiaans met casa ‘huis’, aangezien er voor het tweede lid geen geschikte betekenis is te vinden: Italiaans matto ‘gek’ (gewestelijk ook ‘duister, pseudo-’) of Laatlatijn matta ‘(rieten) mat’.
In de 16e eeuw is het woord met veel andere militaire termen uit het Frans overgenomen. Sinds de Tweede Wereldoorlog is het woord in het Nederlands verdrongen door → bunker. Vooroorlogse kazematten worden echter nog steeds zo genoemd.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

kazemat [bomvrij gewelf] {1588} < frans casemate [idem] (1539) < italiaans casamatta [kazemat], afgeleid van byzantijns-grieks chasmata (een mv.-vorm, waarschijnlijk ter aanduiding van de schietgaten), grieks chasma [spleet, kloof, grote tussenruimte], van chaskein [gapen] (vgl. chaos).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

kazemat znw. v., sedert Kiliaen < fra. casemate (sedert 16de eeuw) < ital. casamatta, ouder camata en in Ravenna door volksetymologie tot casa amata veranderd. Het was hier ontleend < gr. chásma, chásmata ‘spleet, aardkloof’ en bet. sedert Machiavelli ‘bedekkingen van mijningangen in de vestinggracht’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

kazemat znw., sedert Kil. Uit it. casamatta “kazemat”, dat ook in andere talen overging. Oorsprong onzeker.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

kazemat. Het it. woord wordt wel op nieuwgr. khásma, khásmata ‘kloof, spleet’ herleid.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

kazemat v., door Fr. uit It. casa matta, een samenst. met casa = huis en mattare = dooden (bij mal 5.); cf. Ndl. moordkuil, Hgd. mordgrube, Eng. slaughterhouse.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

kazjemat (zn.) kazemat, borstwering; Nuinederlands casematte <1588> < Frans casemate.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

kazemat (Frans casemate)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

kazemat verdedigingsstelling 1588 [Claes] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut