Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

katoen - in de uitdrukking zich katoen houden

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

katoen2 in de uitdrukking zich katoen houden [zich koest houden] {1901-1925} < jiddisch koten < hebreeuws qāṭōn, qāṭān [klein].

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1110. Zich katoen houden,

d.w.z. zich stil, bedaard, rustig houden; katoen beantwoordt aan het Hebreeuwsche qatôn (qôtaun), dat klein beteekent (Dozy, Oosterlingen 52). In het Groningsch: hol joe moar ketoen en 't is dood ketoen, het is er stil, doodsch; er is geene drukte (Molema, 197 a); fri. hâld dy mar ketoen of deaketoen; Harreb. I, 389: Het is er dood katoen, daar is niets te doen, het is er stil; Köster Henke, 30; Jord. 72: Toch moest ie zich katoen houën; blz. 159: De dood-katoenen Frans Leerlap; B.B. 25: Jantje, nu zul je je zelf katoen houden en geen kromme figuren maken; bl. 31: Hou je eigen maar katoen; Jord. II, 374: Komp ie doodketoen..... op honk na 'n paar ure se sperrewer (paraplu) halen; 387: Hou je katoen Piet.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal