Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

katholiek - (met betrekking tot het rooms-katholieke geloof); (aanhanger van dat geloof)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

katholiek bn. ‘met betrekking tot het rooms-katholieke geloof’; zn. ‘aanhanger van dat geloof’
Vnnl. catholijck (bn.) in als Conijngh catholijck ‘als katholieke koning’ [1521; WNT kerstelijk], (zn.) in vanden predicant ... zeijden die catolycque schandelicke maren ‘over de predikant vertelden de katholieken schandelijke verhalen’ [1566; WNT schandelijk], (bn.) nae de Roomsche, Catholijcke Religie ‘overeenkomstig de roomse, katholieke religie’ [1577; WNT openbaarlijk].
Ontleend aan Laatlatijn catholicus ‘katholiek; algemeen’, ontleend aan Grieks katholikós ‘id.’, afleiding van het bijwoord kathólou ‘in het geheel, in het algemeen’, gevormd uit → kata- en de genitief hólou ‘betreffende het geheel’ van hólos ‘geheel, volledig’, zoals in hologram en holisme, en zie ook → holocaust.
De oorspr. betekenis van het bn. is dus ‘algemeen, universeel’. In de 2e eeuw gaat Grieks katholikḕ ekklēsíā ‘universele kerk’ de christelijke kerk aanduiden.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

katholiek [rooms] {catholyck 1567} < frans catholique [algemeen, katholiek] < latijn catholicus [algemeen, in chr. lat.: katholiek] < grieks katholikos [algemeen], van katholou [slaande op het geheel], van kata [zich verspreidend over] + holou, 2e nv. van holon [geheel].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

katholiek bnw., sedert Kiliaen < lat. catholicus < gr. katholikós ‘algemeen’, een kerkelijk woord, dat de nadruk legde op het algemeen karakter van de kerk, maar dan door de tegenstelling tot heterodoxe secten ‘rechtgelovig’ ging betekenen.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

katholiek bnw., sedert Kil. Internationaal woord, uit kerkelijk-lat. catholicus (gr. katholikós) “algemeen”, dan “rechtgeloovig” overgenomen.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

katheliek (bn.) katholiek; Nuinederlands catholijck <1521> < Latien catholicus.

J. du P. Scholtz (1961), Afrikaanse woorde en uitdrukkinge - eiegoed of erfgoed?, uitgegee deur Edith H. Raidt, in: Tydskrif vir Geesteswetenskappe, pp. 235-290

Katools bnw., bw. laf, verspot, uitgelate, beduiweld: Is jy dan katools? – Ten Doornk. Koolm. II, 185: “Im Volksmunde wird das Wort katôlsk auch häufig in der Bedtg.: närrisch, verkehrt, verdreht, wunderlich etc... gebraucht, wie dies auch anderwärts in protestantischen Ländern der Fall ist.” Eckart 248: Man kann kathôlisch in ’n Kopp darvon werden. Me(cklenburg).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

katholiek (Latijn catholicus)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

katholiek ‘rooms’ -> Indonesisch katolik ‘rooms’; Boeginees katolî́ ‘rooms’; Javaans Katulik ‘rooms’; Madoerees katolik ‘rooms’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

katholiek rooms 1567 [Claes] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut