Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kat - (standje)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

kat2 [standje] {na 1950} verkort uit bekattering.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

kat standje 1976 [GVD]

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

kuttenkop, slangscheldwoord voor een onbenullig persoon. Als Bargoense term al in het begin van deze eeuw in gebruik. Mogelijk een verbastering van een ander Bargoens woord, kattenkop ‘kattige vrouw’. Dit scheldwoord raakte echter pas midden jaren zeventig, mede via de jeugdtaal, meer ingeburgerd. Vgl. ook gelijkaardig Amerikaans slang cunthead en Frans argot tête de con.

Maar die kuttekop komt maar niet. (Bert Hiddema: Twee vliegen in één klap, 1975)
Kuttekoppen, waar halen jullie het lef vandaan om te argumenteren dat ik het recht niet heb om maar dertig exemplaren uit te brengen, als toch geen hond die bundel koopt. (Boudewijn Büch in Snoecks 1987)
Godvergeten kuttekop, waarom heb je geen vertrouwen in je vader? (Vrij Nederland, 10/08/96)
Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1475. Iemand den mantel uitvegen,

d.w.z. iemand een katje of een bekattering (Jord. I, 63; II, 121Vgl. bekatteren, beschuldigen (Peet, 61) en zie N. Taalgids X, 29.) geven, een standje maken, eene strenge berisping toedienen, hem scherp doorhalen. Eene ironische uitdrukking, die wordt aangetroffen bij Harreb. II, 65; Het Volk, 6 Oct. 1913, p. 1 k. 3; 29 Mei 1914, p. 1 k. 4; Hand. Staten-Gen. 1913, p. 2932; Ndl. Wdb. IX, 224; enz. Ze staat gelijk met iemand een pak aanpassen, iemand afkammenDe Arbeid, 19 Febr. 1914, p. 1, k. 3: Er moest afgekamd, gelasterd en gelogen worden., afveteren (Ndl. Wdb. I, 1706), afkwispelen, een kamming geven (Schuerm. 218 b); iemands frak uitborstelen of uitkloppen (Joos, 107 en Antw. Idiot. 431); iemands rug meten (Joos, 107); iemand den pels uitkloppen; iemand afrossen, - afborstelen; iemand zijn bol wasschen, een handschoentje passen, roskammen (Joos, 73), iemand afdrogen (Kl. Brab.), er met den rouwen borstel over gaan, iemand een droge borsteling geven (Antw. Idiot. 277; 278); schrobbeeren - eene schrobbeering geven, eene uitschuring geven (in Friesl.); iemand uitluchten; het haar uitkammen, iemand de kast uitkeren (uitvegen); fri. it hier ûtkjimme (Ndl. Wdb. V, 1408; 1409); het jak afschuieren (W. Leevend VI, 24); den rok uitvegen (Harreb. II, 226 b); iemand 't buis ûtvègen, 't jak ûtstükken (Draaijer, 7 a); den mantel afvegen (Abr. Bl. 3, 128); fri. immen de mantel utfege; utmantelje; gron. de moan (de maan van een paard) overhoalen; de boksem oetstubben; fri. immen ôfhimmelje (reinigen); enz.; fr. trousser la jaquette à qqn; hd. einem den Pelz, die Jacke ausklopfen; einen (ver)wamsen; eng. to dust a p's jacket.

2033. Iemand eene schrobbeering geven,

d.w.z. iemand een standje geven, de les lezen, den mantel uitvegen; hem doorhalen, hem de ooren wasschen; iemand een katje gevenDievenp. 125: Toen liet ik me verleiden een uitdrukking te gebruiken, die me een katje zou hebben bezorgd van m'n inspecteur, als ik vroeger zoo iets in de theorieklas zou hebben gezegd! In C. Wildsch. III, 263: iemand een oud kattebakkes (leelijk gezicht, onaangename bejegening) geven; bl. 346: Het lijkt me niet alle daag zulke kattebakkesjens van mijn' baas af te wachten; Ndl. Wdb. VII, 1860.; eig. iemand op eene ruwe wijze boenen, zoodat deze uitdr. te vergelijken is met de vroegere iemand met een boender schrobben; iemand boenenNdl. Wdb. III, 150; 152.. Vroeger kwam voor: iemand (be)schrobben (fri. immen biskrobje); iemand eene schrobbe of eene schrobbing geven; iemand schrobbeeren (De Jager, Frequ. I, 605; II, 497; Sewel, 713; Ndl. Wdb. II, 2001). De tegenwoordige uitdr. staat o.a. in W. Leevend I, 274; C. Wildsch. VI, 35; Br. v. Abr. Bl. I, VI. Voor Zuid-Nederland vgl.: iemand een schabaring geven (Ons Volksleven VII, 71; Antw. Idiot. 1058); eene schrabbade geven (Schuermans, 599 b); Rutten, 203: schrobben en schrobbing; in Deventer en elders in het Noorden ook: iemand een uitschrobbéring geven (Draaijer, 35 b); vgl. Waasch Idiot. 589: iemand zijn schuurwater geven; nd. eine gude Schrape krêgen (Eckart, 470).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut