Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kastanjeboom - (soort boom)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

kastan’jeboom (de, -bomen), een cultuurvorm van de broodvruchtboom (Artocarpus communis, Bospapajafamilie*). Een klein erf-badkamertje [zie erf* (4), zie badkamer*] stond scheef te rotten onder een kastanjeboom (Cairo 1977: 27). - Etym.: Er is geen gelijkenis tussen deze boom en de AN k., wel tussen beider zaden: zie kastanje*. - Syn. katahar* (1). Zie ook: man-van-woord* (1).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut