Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kassie - (soort kaneel)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

kassie, kassia [soort kaneel] {cassie 1488} < latijn cas(s)ia < grieks kasia [kaneel], uit het semitisch, vgl. hebreeuws qəṣīʽā.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

kassia znw. v., ‘hout, schors en wortel van de Zuidamerikaanse boom Quassia amara, waaruit een bitter extract gemaakt werd’. Linnaeus voerde deze naam in 1761 in en ontleende hem aan C. G. Dahlberg, die de plant in Europa bekend maakte. De naam is die van de neger Graman Quassi, die in 1730 de medicinale eigenschappen van de wortel ontdekt had en dit aan Dahlberg meedeelde (Lokotsch Et. Wb. amer. Wörter Nr. 125).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

kassie v., uit Lat. cassia, Gr. kasía, van Hebr. qasīngāh, afgel. van qāsang = snijden, de schors afdoen.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal