Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kasjmier - (fijne kostbare stof uit geitenwol)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

kasjmier zn. ‘fijne kostbare stof uit geitenwol’
Nnl. cachemir ‘zekere stof’ in cachemir-shawl ‘omslagdoek van kajsmier’ [1835; Sanders 1995], rusttapeet van kachemir ‘rusttapijt van kasjmier’ [1838; WNT], kasjmir [1912; Kramers], kasjmier [1954; WL].
Internationaal geoniem, in het Nederlands ontleend via Frans cachemire ‘kasjmier’ [1820; Rey], eerder al ‘omslagdoek van kasjmier’ [1803; Rey]; het woord gaat terug op de naam van de streek Kasjmir in het noordwesten van het huidige India.
Vanaf de 15e eeuw produceerde men in Kasjmir doeken uit Tibetaans geitenhaar, die onder de Perzische benaming šāl ‘omslagdoek, schoudermantel’ in Europa werden verhandeld, zie → sjaal. Vooral in Frankrijk raakten deze doeken in de 19e sterk in de mode, vandaar de ontlening via het Frans.
Lit.: Sanders 1995

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

kasjmier [wollen stof] {1835} genoemd naar het Indisch-Pakistaanse gebied van die naam.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

kasjmir o., naar de vallei Kasjmir in Indië.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

kasmier: – kasjmier/kassemier – , “bep. tekstielstof; kouse v. dié stof”; Ndl. cachemir/kasjmier (nie-gedat.), soos Eng. cashmere, via Fr. cachemire, na naam v. streek in noorde v. Voor-Indië – by Trig kassemier (lRo T DLT, 242).

Thematische woordenboeken

E. Sanders (1995), Geoniemenwoordenboek, Amsterdam

kasjmier (1835, uit het Frans) fijne wollen stof

Kasjmir is een gebied aan de voet van de Himalaya. Vroeger stond het bekend als het ‘paradijs van India’, het ‘land zonder weerga’ of ‘de tuin van eeuwigdurende lente’. Rijke Indiërs trokken er in de warmste maanden naartoe. Dat doen ze trouwens nog steeds.
Vanaf de 15de eeuw maakten wevers in Kasjmir doeken uit de haren van geiten uit Tibet. De fraaiste werden gemaakt van de fijne haartjes van de onderbuik van deze geit. Het waren soepele, zeer zachte omslagdoeken met prachtige patronen. Omdat een doek gemiddeld zes manjaren weven vergde, waren ze zeer kostbaar.
Via Perzië bereikten de eerste doeken Europa. Het Perzische woord s(h)âl, ‘omslagdoek, schoudermantel’, reisde mee en kwam halverwege de 17de eeuw terecht in het Engels (shawl), Frans (châle) en Duits (Schal). Wij leenden het Engelse woord en maakten daar na verloop van tijd sjaal van. Hiermee bedoelde men aanvankelijk alleen omslagdoeken uit Kasjmir.
Aan het eind van de 18de eeuw raakten de doeken uit Kasjmir in Engeland in de mode. Let wel: men beschikte alleen over gebruikte doeken, sjaals die waren doortrokken ‘met het zweet van een exotische danseres of van een oude Nabob’, zoals het ergens heet.
Vanuit Engeland waaide de mode spoedig over naar Frankrijk. Hier sloegen de doeken in als een bom. De sjaal was precies het kledingstuk dat aansloot bij de nieuwe, klassiek georiënteerde mode. Nadat keizerin Joséphine zich in 1809 had laten portretteren in een jurk gemaakt van witte kasjmiersjaals, was er geen houden meer aan. Iedere dame van stand moest er ten minste één hebben, maar liefst meerdere. De sjaal werd, verpakt in een sandelhouten doos, het huwelijksgeschenk bij uitstek.
Al snel oversteeg de vraag het aanbod. Er werden enorme bedragen voor een doek neergeteld, soms wel tot twaalfduizend francs. En de prijzen stegen zelfs nog verder toen Napoleon een verbod uitvaardigde op alle goederen die door Engelse schepen werden vervoerd. De kasjmiersjaals werden nu Frankrijk binnengesmokkeld, voornamelijk via Rusland.
Ook Franse fabrikanten gingen nu sjaals maken. De beste kwamen van Guillaume Ternaux (1763-1833), die de fijne haartjes van de kasjmiergeit eerst uit Kasjmir importeerde. Maar omdat dit erg duur was, financierde Ternaux in 1818 een expeditie om kasjmiergeiten naar Frankrijk over te brengen. Deze expeditie werd zijn ondergang, want van de 1289 geiten overleefden er slechts vierhonderd de reis. Bovendien leerde men in Frankrijk iets essentieels over de kasjmiergeit: dit dier produceert alleen donshaartjes als bescherming tegen de extreme winters in de Himalaya. In een milder klimaat houdt het hier spontaan mee op.
Ook in Engeland ging men op grote schaal kasjmiersjaals namaken. De sjaals uit de Schotse stad Paisley (z.a.) waren het bekendst.
Zoals gezegd betekende sjaal aanvankelijk alleen omslagdoek uit Kasjmir. Maar omdat er al spoedig ook sjaals uit andere landen op de markt kwamen, ontstond de samenstelling cachemir-shawl, die in het Nederlands voor het eerst is aangetroffen in 1835. Later werd dit verkort tot cachemir en zo staat het — naast kasjmier — nog steeds in Van Dale. Gaandeweg kreeg dit woord een andere betekenis: vanaf omstreeks 1850 werd het bij ons gebruikt voor een lichte, gekeperde wollen stof.
Ondertussen exporteerde Kasjmir nog steeds omslagdoeken. Daar telde men in Nederland omstreeks 1866 enorme bedragen voor neer. Zo kostte een eenvoudige vierkante doek uit Kasjmir tussen de 100 en 600 gulden. Een extra fraaie kostte 2000 gulden. Een eenvoudige lange sjaal kostte tussen de 250 en 700 gulden, een echte mooie gemiddeld 2700!
Toch was de mode toen al bijna voorbij. Door massaproduktie kon op een gegeven moment iedereen zich een sjaal of omslagdoek veroorloven. Die verloor daardoor zijn status, en vanaf ongeveer 1870 haalde de chic er zijn neus voor op.
De gevolgen voor de wevers in Kasjmir waren ingrijpend. Ze gingen sneller werken, waardoor de kwaliteit afnam. Zelfs in India gaf men nu de voorkeur aan Engelse kasjmiers. Na de Frans-Duitse oorlog van 1870 stortte de export vanuit Kasjmir helemaal in. Duizenden wevers stierven in de hongersnood van 1877.
In Frankrijk bleef het nog een tijdje gewoonte om een sjaal als huwelijksgeschenk te geven, maar geen vrouw dacht er nog over zo'n doek te dragen. Tegen het eind van de 19de eeuw hing de kasjmier als decoratie over de piano.

Engels cashmere (1822); Duits Kaschmir(wolle) (1832); Frans cachemire (1803).

KASJMIER: Nieuwenhuis Alg. wdb. kunsten en wetensch.1 2 (1821) 63-64; Nederlandsch Magazijn (1835) 185-186; Nieuwenhuis Kunsten en wetensch.2 2 (1855) 237; Rijnhart Alg. wdb. prakt. leven (1866) 605-606; Alg. Ned. ency. besch. stand 8 (1866) 316-317; Winkler Prins1 9 (1877) 260-261; Yule & Burnell Hobson-Jobson (19032) 824 (shawl); O’Hara Mode ency. (1984) 124; M. Lévi-Strauss Cashmere shawl (1988); Rey-Debove Dict. des anglic. (19902) 123; OED (19932); Rey Dict. hist. langue franç. (19942) 317.

R. Dozy (1867), Oosterlingen, verklarende lijst der Nederlandschen woorden die uit het Arabisch, Hebreeuwsch, Chaldeeuwsch, Perzisch en Turksch afkomstig zijn, 's-Gravenhage

Cachemir
Zoo genoemd naar eene stad, hoofdplaats eener provincie, die denzelfden naam draagt, in het koningrijk Lahore, en die door de daar vervaardigde prachtige sjaals beroemd is.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

kasjmier ‘wollen stof’ -> Indonesisch kasmir ‘zachte, gekeperde geweven stof van fijne (schapen)wol’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

kasjmier wollen stof 1835 [Sanders 1995] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut