Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

karwij - (plant met aromatische zaden (Carum carvi))

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

karwij zn. ‘plant met aromatische zaden (Carum carvi)’
Mnl. carvi ‘karwij, karwijzaad’ [1351; MNW-R]; vnnl. carwi [1608; WNT]; nnl. karwei [1729; WNT], ook karwey, dan de etymologische spelling karwij [1872; van Dale].
Karwij is ontstaan door diftongering uit mnl. carvi, ontleend aan middeleeuws Latijn carvi [ca. 1080; Rey], dat teruggaat op Arabisch karāwiyā of karawīya of karawyā ‘karwij’. Gezien de vorm en betekenis moet dit woord teruggaan op Grieks karṓ, káron ‘komijn’ of het daaraan ontleende Latijnse carum ‘karwij’, maar de verlengde vormen in het Arabisch zijn onverklaard; misschien gaat het oorspr. om een nadere aanduiding, zoals bijv. ook in Italiaans cumino tedesco ‘karwij’, letterlijk ‘Duitse komijn’. Van het Griekse woord is eveneens de herkomst onzeker. Misschien refereert het aan de landstreek Karia in Klein-Azië (nu Zuidwest-Turkije).
Andere benamingen voor karwij zijn wilde komijn of weidekomijn, maar vooral het Duitse leenwoord → kummel. Karwij is vooral een product van Midden- en Noord-Europa. Het wordt vaak verward met het uiterlijk sterk gelijkende → komijn (Cuminum cyminum), dat vooral in Zuid-Europa, Zuid-Amerika en Azië populair is. In veel Europese talen is de verwarring des te groter doordat de benamingen door elkaar zijn gaan lopen of doordat er maar één woord is voor beide kruiden, al dan niet gecombineerd met een bn.: bijv. Kroatisch kumin ‘komijn’ en kim ‘karwij’, Italiaans cumino ‘komijn’ en cumino tedesco ‘karwij’, Frans cumin ‘komijn’ en cumin des prés ‘karwij, letterlijk: weidekomijn’ of carvi ‘karwij’, Zweeds kummin ‘karwij’ en spiskummin ‘komijn, letterlijk: eetkomijn’ of romersk kummin ‘komijn, letterlijk: Romeinse komijn’. Het Engels maakt net als het Nederlands verschil tussen caraway ‘karwij’ en cumin ‘komijn’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

karwij [specerijplant] {carvi 1351} < oudfrans, middeleeuws latijn carvi [witte komijn] < arabisch karawyā < grieks karō [idem].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

karwij znw. v., mnl. carvi < fra. of mlat. carvi < arab. karawijā’ ‘carum carvi’ (misschien zelf weer uit gr. kãron > lat. careum). Ook overgenomen in mnd. karve, mhd. karwe (nhd. karbe), terwijl ne. caraway wellicht < spa. alcaravea.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

karwij znw., mnl. carvi. Uit fr. of mlat. carvi, dat uit arab. (al-)karawîa “karwij” ontstaan is. Eng. caraway “id.” kan hierop via spa. alcaravea teruggaan. Den overgang van v in w, die in ’t Ndl. bij dit woord en karwei I voorkomt, vinden we ook bij mhd., mnd. karwe (naast karve) v. “karwij”. Het Nhd. heeft karbe, karve en karbei. ’t Arab. woord gaat op lat. careum (gr. káron) “karwij” terug.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

karwij v., gelijk Hgd. karbei en Eng. caraway, uit het Rom. : Fr. carvi, Sp. id., van Ar. karawīa hetwelk uit Gr. káron = karwij.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

karwy s.nw.
1. Kruidgewas met deelvruggies en wit blommetjies wat in samegestelde skerms gerangskik is. 2. Karwysaad.
Uit Ndl. karwij (Mnl. carvi in bet. 1, 1854 in bet. 2).
Mnl. carvi uit Fr. carvi of direk uit Middellatyn carvi uit Arabies karawyā 'wit komyn'.
Eng. caraway.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

karwy: groente- en pln. (Carum carvi); Ndl. karwij (Mnl. carvi), direk uit Ll. of via Fr. carvi, wsk. uit Arab. (al-)karawia (wu. Eng. caraway, misk. via Sp. (al)caravea), Hd. karbe(i)/karve – die Arab. wd. berus op sy beurt op Lat. careum, Gr. karon (as ben. v. Carum carvi), maar herk. daarvan onbek.

Thematische woordenboeken

F. Kok (2007), Waarom brandnetel?, Nieuwegein

Karwij, Carum carvi
Carum: komt van karon = karwij.
Carvi: dit woord is misschien afkomstig van het Arabische woord kawaia, karwij.
Karwij: afgeleid van de soortnaam Carvi.

C.H.Ph. Meijer (1919), Woorden en uitdrukkingen verklaard door Dr. C. H. Ph. Meijer, Amsterdam

Karwij, de plantnaam, voor Carum carvi, mnl. carvi, hgd. Karbei, fra. carvi; de oorsprong van dezen naam is niet zeker, men zoekt het in arab. al-karawia en dit uit het grie. karon.

R. Dozy (1867), Oosterlingen, verklarende lijst der Nederlandschen woorden die uit het Arabisch, Hebreeuwsch, Chaldeeuwsch, Perzisch en Turksch afkomstig zijn, 's-Gravenhage

Karwij
Is wel het Lat. careum (Gr. κάρον), maar de vorm bewijst, dat het door de Arabieren, die het uit het Latijn hadden, tot de Europ. volken gekomen is. Arab. karâwiâ (كراويا), Sp. alcaravea en carvi, ‘t laatste ook Ital. en Fr., bij onzen Dodonaeus (Cruydt-Boeck, p. 518 b) carwi; Eng. caraway.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

karwij ‘specerijplant’ -> Deens † karve ‘specerijplant’ (uit Nederlands of (Neder- of Hoog-)Duits); Noors karve ‘specerijplant’ (uit Nederlands of Nederduits); Japans † karu-uei ‘specerijplant, Carum carvi’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

karwij specerijplant 1351 [MNW] <Frans of Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut