Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

karwei - (slachtafval)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

karwei2 [slachtafval] {craweye 1546} < frans courée [ingewanden] < middeleeuws latijn corata (collectief) [idem], van latijn cor [hart, maag].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

karwei 2 znw. v. ‘afval van dieren’, mnl. craweye. Dit woord is waarsch. onder invloed van craeye ‘middenrif’ en geweide ‘ingewand’ (zie: gewei 2) ontstaan uit het bij Kiliaen genoemde koreye < ofra. corée < mlat. corata collectief van cor ‘hart’ (waarnaast echter ook curée ‘de aan de honden gegeven delen van het gejaagde wild’, dat afgeleid is van curer ‘reinigen, de ingewanden uitnemen’).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

karwei II (afval van dieren). De bij Kil. opgegeven vorm koreye gaat op ofr. coree (fr. curée; uit lat. *coriâta) “ingewand van dieren” terug. Oudnnl. craweye (waaruit karwei) komt ook in ’t mv. voor. Vgl. ohd. crâ, krâ “milt”? Dan zou crâ-weye een samenst. zijn: voor ’t tweede lid vgl. gewei II, geweide II; een synonieme samenst. zou dan zijn Kil. kraey-gewand (vgl. ingewand); Kil. vermeldt nog als derden vorm kraey-weye. De oorsprong van ohd. crâ, krâ is onzeker.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

karwei II (afval van dieren), is het best te verklaren als ontl. aan ofr. coree (uit lat. *corȃta, niet *coriâta), dat in het Ndl. onder invloed van gewei II, geweide (en mnl. craeye v. ‘ingewand’?) is vervormd.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

karwei 2 v. (afval), Mnl. craweie, wellicht samenst. met wei (z. gewei 2) en cra, dial. nog kraai en kraag = middelrif + Ohd. krâ = milt: oorspr. onbek.; de eindklemtoon echter maakt ontleening aan Fr. curée waarschijnlijker.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

kirrie, kurrie, zn.: schaamteloze vrouw; deugniet, luilak, leegloper. Vgl. Waals cûrèye ‘kreng’, afgeleid van de bet. ‘slachtafval’ van coréé of curée. Vgl. Brabants krawei, karwei ‘slachtafval, orgaanvlees’, Ovl. karweie, kerweie, korrei, kraai ‘slachtafval’, Wvl. kreie, kruie ‘ingewand’. Laatmnl. crawey(e) ‘dierlijk ingewand’, Vnnl. 1582 een crauwije van een vercken oft hamel ‘pressure, fresure ou corée de pourceau ou de mouton’ (LC); 1599 koreye, kraeyweye, kraeygewand ‘middenrif; ingewand van dieren, vulgo cornix (kraai); gal. coree, couree’ (Kiliaan). Kiliaan heeft hier blijkbaar kreie met kraaie ‘middenrif’ verward. Kraaie kan inderdaad door palatalisering van de a o.i.v. de i tot kreie worden (vgl. familienaam Crayer > Creyers). Kreie < koreie < Fr. courée ‘ingewand’ < 12e e. Gallorom. *corata, afl. van Lat. cor ‘hart’. In het Rouchi betekende corée nl. ‘hart, lever en longen van schapen en runderen’. Het woord is wellicht doorkruist door Fr. curée ‘wat de jachthonden van het wild krijgen’, afgeleid van cuir ‘leer’, omdat ‘het ingewand op de huid van het gedode dier werd gelegd’. Vandaar Wvl. kreien, koriën, kurriën ‘ontweien, van ingewanden ontdoen, villen’. De vorm kraweie door contaminatie van kreie en Mnl. weide, wey ‘voer’, dat we herkennen in weitas en D. Eingeweide ‘ingewand’, Mhd. ‘voer, ingewand’. Het is een woord uit de jagerstaal. De ingewanden werden aan de jachthonden te eten gegeven.

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

kirrie, kurrie, kirei, zn.: schaamteloze vrouw; deugniet, luilak, leegloper. Vgl. Waals cûrèye ‘kreng’, afgeleid van de bet. ‘slachtafval’ van coréé of curée. Zie krawei 2.

krawei 2, karwei, zn.: slachtafval, orgaanvlees. Ovl. karweie, kerweie, korrei, kraai ‘slachtafval’, Wvl. kreie, kruie ‘ingewand’. Laatmnl. crawey(e) ‘dierlijk ingewand’, Vnnl. 1582 een crauwije van een vercken oft hamel ‘pressure, fresure ou corée de pourceau ou de mouton’ (LC); 1599 koreye, kraeyweye, kraeygewand ‘middenrif; ingewand van dieren, vulgo cornix (kraai); gal. coree, couree’ (Kiliaan). Kiliaan heeft hier blijkbaar kreie met kraaie ‘middenrif’ verward. Kraaie kan inderdaad door palatalisering van de a o.i.v. de i tot kreie worden (vgl. familienaam Crayer > Creyers). Kreie < koreie < Fr. courée ‘ingewand’ < 12e e. Gallorom. *corata, afl. van Lat. cor ‘hart’. In het Rouchi betekende corée nl. ‘hart, lever en longen van schapen en runderen’. Het woord is wellicht doorkruist door Fr. curée ‘wat de jachthonden van het wild krijgen’, afgeleid van cuir ‘leer’, omdat ‘het ingewand op de huid van het gedode dier werd gelegd’. Vandaar Wvl. kreien, koriën, kurriën ‘ontweien, van ingewanden ontdoen, villen’. De vorm kraweie door contaminatie van kreie en Mnl. weide, wey ‘voer’, dat we herkennen in weitas en D. Eingeweide ‘ingewand’, Mhd. ‘voer, ingewand’. Het is een woord uit de jagerstaal. De ingewanden werden aan de jachthonden te eten gegeven.

F. Debrabandere (2005), Oost-Vlaams en Zeeuws-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de Oost- en Zeeuws-Vlaamse woorden, Amsterdam

karweie 2, kerweie, korrei, kraai (G), zn. v.: slachtafval. Wvl. kreie, kruie. Laatmnl. crawey(e) 'dierlijk ingewand', Vnnl. 1582 een crauwije van een vercken oft hamel 'pressure, fresure ou corée de pourceau ou de mouton' (LC); 1599 koreye, kraeyweye, kraeygewand 'middenrif; ingewand van dieren, vulgo cornix (kraai); gal. coree, couree' (Kiliaan). Kiliaan heeft hier blijkbaar kreie met kraaie 'middenrif' verward. Kraaie kan inderdaad door palatalisering van de a o.i.v. de i tot kreie worden (vgl. familienaam Crayer > Creyers). Kreie < koreie < Fr. courée 'ingewand' < 12e e. Gallorom. *corata, afl. van Lat. cor 'hart'. In het Rouchi betekende corée nl. 'hart, lever en longen van schapen en runderen'. Vandaar Wvl. kreien, koriën, kurriën 'ontweien, van ingewanden ontdoen, villen'. De vorm karwei met w, wsch. o.i.v. karweie 1.

A.A. Weijnen (2003), Etymologisch dialectwoordenboek, Den Haag

karwei, kerwei, krewei ingewanden van slachtdieren (Gent, Antwerpen). Contaminatie van krei ↑ (‘id.’) en het laatste element van hgd. eingeweide, welk woord weide bevat, dat in het mnl. ook ‘voer’ en (gezien weitas) oorspr. ook ‘jacht’ betekende: de ingewanden werden namelijk aan de meute gegeven.
TT XIII 135-139, Kluge 159, Mnl Wb IX 2054, WBD 285, 369.

kirrie, kurrie schaamteloze vrouw (Zuid-Limburg, Brabant (prov.)). « wa. cûrèye ‘kreng’ (= fra. curée ‘wat de jachthonden van het wild krijgen’), afl. bij fra. cuir (= lat. corium ‘leder’) ‘leder’. De honden kregen dit nl. uitgespreid op de huid van het gedode dier.
PL XCII-XCIV 399, DELF 165-166.

krei I, krèèj, kruie, kurre ingewanden van slachtdieren, vlees aan het middenrif (West-Vlaanderen, Twente). = mnl. craye ‘middenrif. « noordfra. heterofoon op -ei, -aie van mfra. corée (‹ lat. mv. corata ~ lat. cor ‘hart’, dus: ‘wat om het hart ligt, inhoud van de borstholte’).
TT XIII 135-139, TNTL LIV 244.

krei II sintel (Maastricht). = krei I, metaforisch gebruikt. Vgl. voor een parallel op Romaans gebied het naast elkaar voorkomen van Siciliaans matron ‘maag’, mutron ‘nieren’ en Triësts moroña ‘metaalslak’, Venetiaans maruña ‘metaalslak’.
Endepols 210, REW nr. 5406.

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

kurre (DB), zn. v.: ingewand. Syn. met kreie (DB), eveneens < Fr. courée, maar met Germaans aanvangsaccent. Vgl. kurriën ‘ontweien’, zie kreie.

kreie (O, DB), kruie (DB), zn. v.: ingewand (van haring, koe). Vroegnnl. koreye, kraeyweye, kraeygewand ‘diaphragma, exta porcorum, ovium & aliorum animalium, vulgo cornix; gal. coree, couree’ (Kiliaan). Kiliaan heeft hier blijkbaar kreie met kraaie verward. Kraaie kan inderdaad door palatalisering van de a o.i.v. de i tot kreie worden (vgl. familienaam Crayer = Creyers). Kreie < koreie < Fr. courée ‘ingewand’ < 12e e. Gallorom. *corata, afl. van cor ‘hart’. In het Rouchi betekent corée nl. ‘hart, lever en longen van schapen en runderen’. Vandaar ww. kreien (GG: Klerken), koriën, kurriën (DB) ‘ontweien, van ingewanden ontdoen’, en zo ook ‘villen, pluimen’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal