Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

karwats - (soort zweep)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

karwats zn. ‘soort zweep’
Vnnl. carbats ‘zweep’ in de Russchen te paerde sittende ... hebben ordinairis (‘gewoonlijk’) een corte dicke Sweep, dewelcke een Carbats ghenaemt wert, aen haren riem hanghen, met een snoerken aen de handt vast, om de handt daer door te steecken [1616; van der Meulen 1956]; nnl. karwats [1807; WNT].
In de vorm karbats ontleend via Duits Karbatsche [1650; Grimm] aan een Oost-Europese taal, bijv. Pools karbacz, Tsjechisch karabáč, Hongaars korbats, westelijk Russisch karbáč, en uiteindelijk ontleend aan Turks kırbaç of een andere taal uit het Midden-Oosten, bijv. Arabisch kurbāj, kirbāj, Perzisch kyrbač; al deze woorden hebben de betekenis ‘zweep’ of ‘bepaald type zweep’. In de 19e eeuw ontstond in het Nederlands naast karbats de nevenvorm karwats; beide vormen werden nog lang naast elkaar genoemd in de woordenboeken.
In West-Europa zijn verder nog ontstaan, wrsch. eveneens via het Duits: Frans cravache, Zweeds karbas, Deens krabask.
Lit.: Van der Meulen 1956, 304-305

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

karwats [zweep] {karbats 1616, karwats 1807} ouder karbats < russisch karbač, deels geleend via hoogduits Karbatsche, dat via slavische talen is ontleend aan turks kırbaç [zweep].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

karwats znw. v. ouder karbats (1616 voor het eerst) < west-russ. karbač (v. d. Meulen Ts. 74, 1956, 304-5).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

karwats znw., nog niet bij Kil. Via het Du. (nhd. karbatsche v.) ontleend uit po. karbacz of čech. karabáč “karwats”, die weer uit ’t Turksch komen.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

karwats, naast karbats (nog in ’t begin van de 19e eeuw). Opperdu. bestaat ook een vorm met w (wel uit invloed van watsche v. ‘oorvijg’ verklaard, zie PBB. 53, 339); de ndl. vorm zal echter hiervan onafhankelijk zijn opgekomen.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

karbats v., door Hgd. karbatsche, uit Po. karbacz (van waar ook Fr. cravache), en dit uit Turk. kerbač = zweep van rhinoceroshuid.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

karwatsj verouderd, (zn.) karwats, zweep; < Russisch carbats.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

karwats s.nw. Ook soms kerwats en kerwiets.
Kort, gevlegte rysweep.
Uit Ndl. karwats (1807). Eerste optekening in Afr. by Mansvelt (1884).
D. Karbatsche, Pools karbacz, Tsjeggies karabác, Turks kyrbac. Vanuit Afr. in S.A.Eng. (1913).

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

karwats: “soort sweep”; Ndl. karbats/karwats (nog nie by Kil nie, maar wel sedert 1616) uit Hd. karbatsche, Poo. karbacz, Tsj. karabasj uit Tur. kyrbasj (nie uit te maak deur watter WRus. taal oorgedra nie).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

karwats (Russisch karbač of Duits Karbatsche)

C.H.Ph. Meijer (1919), Woorden en uitdrukkingen verklaard door Dr. C. H. Ph. Meijer, Amsterdam

Karwats, rijzweep, hgd. Karbatsche, door het Slavisch uit een Turksch woord = leeren zweep.

R. Dozy (1867), Oosterlingen, verklarende lijst der Nederlandschen woorden die uit het Arabisch, Hebreeuwsch, Chaldeeuwsch, Perzisch en Turksch afkomstig zijn, 's-Gravenhage

Karbats of karwats
Is het Turksche karbâdj (قرباچ), bullepees of kameelpees, waarvan men zich in ‘t Oosten bedient om de slaven en de lastdieren te slaan. De beteekenis is evenwel in ’t Oosten zelf reeds gewijzigd; zoo zijn de karbatsen, die te Caïro verkocht worden, te Sennaar in Nubië gemaakt van de huid van het nijlpaard (zie Burckhardt, Travels in Nubia, p. 62 n., 252; Turner, Journal of a Tour in the Levant, II, p. 365), en in den Voyage au Ouadây trad, par Perron, p. 367, wordt kourbâdj verklaard door tige de fer. Van dit woord hebben de Arab. het werkwoord karbadja (كربج) gemaakt (zie Fleischer, De glossis Habichtianis, p. 55, en in de voorrede op het IXe deel zijner uitgaaf der 1001 Nacht, p. 17); wij zouden even goed karbatsen als werkwoord kunnen gebruiken.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

karwats ‘zweep’ -> Zuid-Afrikaans-Engels karwats ‘zweep’ ; Papiaments karbachi (ouder: karbaatsji, karbaatsje) ‘zweep’; Sranantongo krawasi ‘zweep’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

karwats zweep 1616 [TNTL 1956, 304] <Russisch

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut