Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

karl - (uitgehekelde hennep)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

karl [uitgehekelde hennep] {karrel [vlas] 1535} < engels carl [man uit het volk, de vrouwelijke hennep] (vgl. kerel); men verwarde vrouwelijke en mannelijke hennep → femel.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

karl znw. o. ‘uitgehekelde hennep tot garen voor fijn touw of zeildoek’ < ne. carl, eig. ‘kerel-hennep’, ofschoon het juist de vrouwelijke hennep is, die gebruikt werd.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

karl v., uit Eng. carl = fijne hennep, eig. kerelhennep = vrouwelijke hennep: z. femel. Van hier karldoek.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut