Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

karavaan - (reizend gezelschap)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

karavaan zn. ‘reizend gezelschap’
Mnl. carvane ‘reizend gezelschap’ in een geïsoleerde vindplaats: hi zal den carvanen van perden ende van mulen ende van harnasche zulken broedere die onder hem zijn, bevelen vlitelike te hoedene ‘hij zal de broeders die onder hem staan opdracht geven zorgvuldig te waken over de stoet van paarden, muilezels en voertuigen’ [ca. 1450; MNW caverne]; vnnl. caravane ‘reizend gezelschap van kooplieden etc. in de woestijnen van Noord- en Oost-Afrika’ [1682; WNT]; nnl. caravaan, karavaan bij uitbreiding ‘reisgezelschap van meerdere voertuigen (vaartuigen, lastdieren etc.)’ [1808; WNT].
De huidige vorm karavaan, eerder caravane, is ontleend aan Frans caravane ‘groep reizigers’ [1657; Rey], eerder al ‘groep reizigers in de woestijn’ [1195; TLF], dat via middeleeuws Latijn caravana [1160; Rey] ontleend is aan Arabisch kārawān ‘id.’, zelf ontleend aan Perzisch kārwān. De oudere Nederlandse vorm carvane is ontleend aan de Oudfranse vorm carvane [ca. 1195; Rey], die wellicht net als Vroegnieuwengels carouan rechtstreeks aan het Perzisch is ontleend.
De handelsroutes van de Arabieren in het Midden- en Verre Oosten liepen over land en de meest effectieve manier van transport was die in een karavaan van kooplieden met hun kamelen. In de periode van de kruistochten kwamen de Europeanen met deze reismethode in aanraking en ontleenden het bijbehorende woord. Bij uitbreiding ging men het ook gebruiken voor andere vormen van groepsgewijs reizen, bijv. van schepen in konvooi. In het Engels voltrok zich bij caravan een betekenisuitbreiding naar ‘woonwagen’ en ‘kampeerwagen’, zie → caravan.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

karavaan [troep (m.n. van oosterse reizigers)] {1682} < frans caravane < perzisch kārwān [kamelenstoet, gezelschap reizigers, karavaan], van oudindisch karabha- [kameel, jonge olifant].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

karavaan znw. v., een internationaal woord, dat teruggaat op perz. kārwān ‘tocht met kamelen; reisgezelschap’, dat weer stamt uit oi. karabha ‘kameel’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

karavaan znw. Internationaal woord, afkomstig uit het Perz.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

karavaan v., door Fr. caravane, uit Perz. karwān = reizende schaar.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

karavaan (Frans caravane)

R. Dozy (1867), Oosterlingen, verklarende lijst der Nederlandschen woorden die uit het Arabisch, Hebreeuwsch, Chaldeeuwsch, Perzisch en Turksch afkomstig zijn, 's-Gravenhage

Karavaan
Het Perzische karwân, كروان.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

karavaan ‘troep kameelrijders’ -> Indonesisch karavan ‘troep kameelrijders; konvooi; woonwagen’; Sranantongo † krafana ‘troep kameelrijders’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

karavaan troep kameelrijders 1659 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut