Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

karamel - (gebrande suiker; toffee)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

karamel zn. ‘gebrande suiker; toffee’
Nnl. karamel “eene soort van zeer donkerbruine kandijsuiker” [1832; Weiland], ook al het mv. caramellen (zonder betekenis) [1832; Weiland], caramel ‘gebrande suiker’ [1847; Kramers], ook “ulevel”, ofwel ‘snoepje van karamel’ [1864; Calisch].
Ontleend aan Frans caramel ‘gebrande suiker’ [1601; TLF], ontleend aan Portugees caramelo ‘suiker’ en ‘stukje ijs’ [16e eeuw; TLF] of Spaans caramel [1611; Corominas], nu caramelo. De verdere herkomst is onzeker, maar vermoedelijk ontwikkeld, via Spaans caramillo ‘riet’ en/of Portugees canamel ‘suikerriet’, uit middeleeuws Latijn cannamellis ‘id.’, gevormd uit canna ‘riet’ (zie → kaneel) en mel (genitief mellis) ‘honing, zoete stof’. Minder wrsch. is dat het Portugese woord rechtstreeks teruggaat op Laatlatijn calamellus ‘rietje’, verkleinwoord van calamus ‘rietstengel’ (zie → halm), waarbij het betekenisverband gezocht zou moeten worden in de vorm van suikerkristallen en stukjes ijs.
Door betekenisoverdracht is karamel ook de naam van een snoepje van karamel geworden; het meervoud caramellen in 1832 wijst ongetwijfeld al op deze betekenis. In het BN heeft karamel de Franse betekenis van caramel ‘snoepje dat in een papiertje is gewikkeld’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

karamel [gebrande suiker] {1847} < frans caramel (misschien via engels caramel) < spaans caramelo [idem] < middeleeuws latijn cannamella [suikerriet], van canna [riet] (vgl. kanaal) + melleus [als honing, honingzoet], van mel (2e nv. mellis) [honing]; het middelnederlands calamel, calmel betekende ‘rietstengel, suikerriet’ (vgl. kanaal).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

karamel znw. v. ‘ulevel van gebrande suiker’ < fra. caramel (sedert de 17de eeuw), maar ofra. calemele ‘suikerriet’ < nlat. caramellis kruising van cannamellis ‘suikerriet’ en calamus ‘riet’.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

karmèl (zn.) karamel; Nuinederlands karamel <1832> < Frans caramel.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

karamel (Frans caramel)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

karamel ‘gebrande suiker’ -> Indonesisch karamél ‘gebrande suiker’; Papiaments karamèl(è) ‘gebrande suiker’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

karamel gebrande suiker 1847 [KKU] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal