Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kapsones - (pretenties, grote brutaliteit)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

kapsones zn. ‘pretenties, grote brutaliteit’
Nnl. kafsones ‘kouwe drukte, kouwe kak’ [1906; WNT], kapsoones ‘kouwe drukte’, die heeft altoos zoo'n kapsoones over z'n lijf [1906; Boeventaal], ‘ongefundeerde ophef’ in dat je hier een beetje kapsonus kan schoppen [1953; WNT], vooral in de verbinding kapsones hebben.
Ontleend aan Jiddisch gawsones, dat teruggaat op Hebreeuws gaʾawþānūþ ‘hoogmoed’. In Nederlands-Jiddische en Duits-Jiddische woorden kon een w die niet aan het begin of eind stond een b worden, zie bijv.gabber, en dan door assimilatie p.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

kapsones [koude drukte] {1906} < jiddisch gawsones < hebreeuws gaʼawthānūth [hoogmoed].

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

kapsies

Het Latijnse werkwoord capere betekent: pakken, grijpen en het daarvan afgeleide captio is dus: de greep, de strik, de streek, het bedrog, de drogreden. Het Franse woord captieux beduidt dan ook: bedriegelijk. Wie kapsies maakt, zoekt dus drogredenen, uitvluchten; hij stribbelt tegen, oppert allerlei bezwaren.

Een ander woord is: kapsones. Kapsones maken is: veel noten op zijn zang hebben, drukte maken. Kapsones is een Hebreeuws woord, dat betekent: een overdreven gevoel van eigenwaarde.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

kapsies verouderd, (zn.) mv. kapsones, pretenties; Nuinederlands kapsones <1906> < Jiddisch gawsones.

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

kapsonesbak, kapsonesgast, kapsoneslijer, kapsonesmadam, kapsonesmaker, kapsonesmannetje, kapsonestrut, kapsoneswijf: opschepper, opschepster. Het Bargoense woord kapsones gaat terug op het Hebreeuws ga-awtanoet: overdreven gevoel van eigenwaarde; hoogmoed. Mogelijk ook onder invloed van kapsies (maken): tegenstribbelen. Reeds bij Henke: Die heeft altoos zo’n kapsones over z’n lijf.

Nadoen, kapsjoneslijer! (Willem van Iependaal, Lord Zeepsop, 1937)
Moet je ze horen praten onder elkaar: echte kapsonesgasten, hoor! (Jan Mens, Koen, 1941)
Straks denken ze: ‘wat een kapsonesbak, die wil het graag over zichzelf hebben.’ (HP/De Tijd, 04/06/1994)

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

kapsones (Jiddisch gawsones)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

kapsones ‘kouwe drukte’ -> Sranantongo kapsonki ‘kouwe drukte’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

kapsones koude drukte 1906 [MOO] <Jiddisch

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1086. Kapsoones maken,

d.i. drukte maken; heibel maken; kapsoones, kaphsoones, kafsoones is ontleend aan 't Nw. Hebreeuwsch ga' wetanoeth, ga' wesones, hoogmoed, trots, praats. Vgl. Köster Henke, 30: kapsoones, drukte. Die heeft altijd zoo'n kapsoones over zijn lijf; kapsoonesmaker, opschepper; Zandstr. 90: Och meid, maak niet zoo'n kapsoones; Leersch. 27; 50; Jord. 219; Jord. II, 203: En giftigheete woorden sputterde haar kleine mond als de meiden weigerden of ‘kapsones’ zochten; bl. 303: De vechtende en jattende capsones gasten; bl. 395: Ze, dat krenkende hart.... die niks deed dan kapsoones maken tegen de jongens. Den vorm kafsoonus leest men in A. Jodenh. II, 41; III, 6.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut