Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kapsel - (zakvormig omhulsel)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

kapsel 2 zn. ‘zakvormig omhulsel’
Nnl. kapsel ‘omhulsel’, als vakterm in de biologie, in de samenstelling zaad-kapzel ‘zaaddoosje’ [1768; WNT zaad], en in de geneeskunde, in een kapsel van verdikt en ontstoken periosteum [1867; WNT reproductie].
Ontleend aan Duits Kapsel ‘zakvormig omhulsel’, maar ook algemener ‘capsule, etui, kroonkurk e.d.’ [15e eeuw; Pfeifer], Oudhoogduits kapsilīn, een oude ontlening aan Latijn capsula, capsella ‘kokertje, doosje, kistje’, verkleinwoord bij capsa ‘koker, kist, houder’, zie → kas. Voor een eerdere ontlening via het Frans zie → capsule.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

kapsel [omhulsel van bv. abces] {1901-1925} < hoogduits Kapsel < latijn capsula [busje, doosje], verkleiningsvorm van capsa [bus, doos], verwant met capere [bevatten, inhouden].

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

kapsel o., een afleid. van kappen 2.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

kapsel ‘organisch omhulsel’ (Duits Kapsel)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

kapsel omhulsel van bv. abces 1904-1905 [WNT] <Duits

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal