Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kapel - (vlinder)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

kapel1 [vlinder] {capelle, capellenvogel 1397} waarschijnlijk van dezelfde herkomst als kapel2 [bedehuisje], dus eig. ‘manteltje’.

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

kapel

Er is een Latijns woord cappa, dat kap en ook: mantel met kap betekent. Het verkleinwoord is capella: manteltje. Met dit manteltje werd in de middeleeuwen in het bijzonder bedoeld de mantel van Sint Maarten, die door de Frankische koningen als een relikwie werd bewaard. Het heiligdom waarin deze relikwie was geborgen, werd nu ook capella genoemd en dit gebruik verbreidde zich zozeer dat sedert de zevende eeuw elk klein bedehuis de naam kapel kreeg. Soms vindt men de naam: ellendige kapel (in Utrecht: ellendige kerk) voor het gebouwtje op het zogenaamde ellendige kerkhof, dat is het kerkhof voor uit andere landen (el-lendig) afkomstigen, voor vreemdelingen dus, bestemd. De bewaarders der capella droegen de naam capellanus en deze titel ging over op de geestelijken verbonden aan een kapel en in bredere zin op de hulppriesters ener parochie, de kapelaans.

Het woord kapel werd ook gebezigd voor de aan de kapel van een vorst verbonden kerkzangers. Zo gaat kapel ook betekenen: hoforkest, muziekkorps. De lei der daarvan noemt men evenwel niet kapelaan, maar kapelmeester.

Of kapel: vlinder iets met ons woord te maken heeft, is onzeker. Misschien is het fladderende manteltje het punt van vergelijking?

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

kapel 1 znw. v. ‘vlinder’, mnl. capelle, Teuth. capelle ‘vlinder, glimworm’, vla. dial. (Waas) kapel, kapelleken ‘onze lieve-heers-beestje’. — Men heeft gedacht aan een verkorting van kappellenvogel, waarin dan kapel ‘mantel’ zou betekenen, maar zoals Beets WNT 7, 1, 1441 opmerkt, is kappelenvogel niet een overgeleverd woord. — Een ander woord voor de vlinder is mnl. pepel en verouderd nl. papiljoen < fra. papillon. Is kapel een dissimilatie-vorm uit *papel?

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

kapel I (vlinder), mnl. capellenvōghel m., capelle, pennenvōghel (pellen-). Mogelijk is de samenst. met -vōghel het oudst; en ’t eerste lid = kapel II?

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

kapel I (vlinder), stellig = kape1 II ‘mantel’. Mnl. capellenvōghel is niet met zekerheid overgeleverd. Een oude samenst. met -vogel is wel wsch., maar ook zonder dat zou kape1 ‘mantel’ als vlindernaam te verklaren zijn (: ndl. rouwmantel ‘soort vlinder’). Vgl. vooral Kil. pellarijn en pellarijnvoghel ‘vlinder’, verder vlindernamen met -vogel in N.Br. en Limburg. Schrijnen Beiaard II, 1, 29 vlgg.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

kapel 2 v. (vlinder), met bijvormen kapellenvogel, pellev-, pennev-, enz., hetz. als kapel 1.; cf. Fr. papillon en pavillon die beide het Lat. papilionem (-io) zijn.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

kapel II: minder bek., misk. nog boekw. in bet. “skoenlapper, vlinder”; Ndl. kapel, verb. m. kapel I (q.v.) onseker; dVri J NEW waag die vraag of dit dissv. van veronderstelde vorm papel uit Mnl. pepel uit Fr. papillon, “vlinder”, kan wees.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

kapel ‘vlinder’ -> Berbice-Nederlands kampele ‘vlinder’; Sranantongo kaperka, kapelka ‘vlinder’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

kapel vlinder 1397 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut