Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kanselier - (hoogste ambtenaar)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

kanselier zn. ‘hoogste ambtenaar’
Mnl. cancelere als vertaling van Latijn cancellarius ‘secretaris aan een rechtsprekend hof’ [1240; Bern.], aertschcancelaer in Italiën des heyligen keyserrijcx ‘aartskanselier van het heilige keizerrijk in Italië’ [1297; MNW], canselier ‘pauselijk vertegenwoordiger’ [1300-25; MNW-R], cancelier van gallen ‘kanselier van Gallië’ [1328-50; Rijmkroniek].
In de oudste vindplaatsen ontleend aan Middelhoogduits kanzelære, kanzeler ‘rijksbeambte’, een staatkundige betekenis bij Oudhoogduits kanzilāri ‘secretaris aan een rechtsprekend hof’, ontleend aan middeleeuws Latijn cancellarius ‘id.’, letterlijk de ‘functionaris die bij het hekwerk staat dat het publiek scheidt van de rechters’ en afgeleid van klassiek Latijn cancellus ‘versperring, tralie’, zie → kansel. In de latere vormen met -ier een herontlening aan Frans chancelier. De weinig frequente vormen op -aer in het mnl. en vnnl. zijn te verklaren door analogiewerking van persoonsaanduidingen op -elaar zoals handelaar.
In het vroege Heilige Roomse Rijk was kanselier of aartskanselier de titel van de hoogste rijksvertegenwoordiger in drie deelgebieden van het rijk. Naar deze kanseliers verwijst ook het Nederlandse woord in de meeste oudste vindplaatsen. Ook pausen en Franse koningen hadden kanseliers als hoogste vertegenwoordigers in bepaalde gewesten. Hiernaar verwijzen de oudste Nederlandse vormen op -ier.
kanselarij zn. ‘vestiging of kantoren van een kanselier’. Mnl. ‘administratieve afdeling van een graaf, vorst etc.’ in Cancelrien van Hollant [1434; Damen 2000], in den Cancelleryen van Hollant, Zeelant ende Vrieslant [1437; id.]; vnnl. de Cancelerie ende Raede van Brabant [1530; WNT], Cancelrije [1587; WNT], cancelarye [1637; WNT]. In Holland was de term weinig gebruikelijk tot de herinvoering van het historisch begrip de grafelijke kanselarij aan het eind van de 19e eeuw. In de oudste attestaties heeft het woord vooral betrekking op gebieden die onder Bourgondisch bestuur vielen; het is dan ook ontleend aan Frans chancellerie ‘kanselarij’, gevormd bij chancelier ‘kanselier’ naar het voorbeeld van middeleeuws Latijn cancellaria. De -a- in -arij is wrsch. een latere aanpassing aan het Latijn, maar misschien is er ook sprake van analogiewerking van de vele Nederlandse abstracte woorden op -arij.
Lit.: M. Damen (2000), De staat van dienst, Amsterdam, hier 68, noot 8

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

kanselier [hoogwaardigheidsbekleder] {cancellier 1293} < frans chancelier < latijn cancellarius (vgl. kanselarij).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

kanselier znw. m. Het lat. cancelli (zie: kansel) betekende de verhoging, waarvan bekendmakingen der overheid geschiedden. Vandaar dat mlat. cancellarius de bet. kreeg ‘ambtenaar qui literas principibus missas habet exponere’ en vervolgens ‘de beamte, die de staatsstukken opstelt en uitvaardigt’. Hij staat aan het hoofd der kanselarij, sedert Kiliaen kancelrije.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

kanselier m., uit Fr. chancelier, van Mlat. cancellarium (-ius), een afleid. van cancelli (z. kansel); het bet. den beambte die bij de tralieafsluiting vóór de rechterszetels stond.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

kanselier (Frans chancelier)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

kanselier hoogwaardigheidsbekleder 1293 [MNW] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal