Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kampioen - (de beste, de voortreffelijkste)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

kampioen zn. ‘de beste, de voortreffelijkste’
Mnl. campioen ‘vechter in een gerechtelijke tweekamp’ [1340-50; MNW], ook kempioen ‘id.’ [1340-50; MNW] en kimpioen ‘id.’ [ca. 1350; MNW]; vnnl. campioen ‘strijder, krijgsheld’ [1567; Nomenclator]; nnl. kampioen ‘overwinnaar in de sport’ [1900; WNT].
Ontleend aan de Picardische variant campion van Frans champion ‘strijder in een gerechtelijke tweekamp’ [ca. 1150; Rey], eerder campiun [1080; Rey], beide ontleend aan middeleeuws Latijn campio (genitief campionis) ‘strijder, bokser’ [643; Rey]. Dit woord is een afleiding van Latijn campus in de al klassieke betekenis ‘strijdperk, slagveld’. Deze afleiding kan rechtstreeks zijn, zoals bijv. klassiek Latijn tabellio ‘notaris’ bij tabella ‘document, akte’, of waarschijnlijker zijn verlopen via het Germaans (Frankisch), waarin dan eerst *kamp-ja- ‘strijder’ is afgeleid van een ontlening aan Latijn campus ‘strijdperk’, waarvoor zie → kamp 2 ‘strijd’.
De Middelnederlandse vormen met e en i staan onder invloed van het synonieme zn. kempe ‘vechter (in een tweestrijd)’ [1240; Bern.], ook algemener ‘strijder, vechter’ [1300-50; MNW-R], soms ook in de vorm kimpe.
De gewone betekenis van kampioen was in het verleden ‘strijder’; in het bijzonder ging het daarbij om een strijder die namens iemand anders of een groep optreedt, bijv. namens een vorst, een zwakkere, een legermacht en daarvoor werd natuurlijk een voortreffelijk vechter gekozen. In het Engels is uit deze betekenis ‘overwinnaar’ ontstaan, en nog algemener ‘de beste, de voortreffelijkste’. In de sport zijn deze betekenissen overgenomen in het Nederlands. De oorspr. Nederlandse betekenissen zijn inmiddels verouderd.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

kampioen [de beste in een sport, voorvechter] {campioen 1340-1350} < frans champion (via het picardisch geleend) < middeleeuws latijn campionem, 4e nv. van campio [strijder, vechter], van campus [veld, strijdperk] (vgl. kamp).

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

kamp

Het Latijnse woord campus, waaraan via het Oud-franse camp ons woord kamp is ontleend, betekende: veld, vlakte en vandaar: bebouwd veld, akker. In namen als Koekamp en Kampen leeft deze betekenis nog voort. Maar campus betekende ook: worstelperk, strijdperk en vandaar dat kamp is gaan betekenen: strijd. Ook de samenstelling kampstrijd komt voor. Afgeleid van kamp is kampioen, dat eigenlijk betekent: hij die bij een gerechtelijk tweegevecht de plaats inneemt van de man of vrouw die tot de wapenhandel onbevoegd of onbekwaam is. Vandaar is kampioen: hij die voor een ander in het krijt treedt (de kampioen der verdrukten) en tenslotte pas: hij die in een bepaalde tak van sport de beste is.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

kampioen znw. m., mnl. campioen, kempioen, kimpioen < pikardische vorm van ofra. champion, vgl. mlat. campio, dat zelf teruggaat op frankisch *kampia ‘vechter in een tweestrijd’ (vgl. mnl. kempe). Als term van het Germaanse recht drong het woord ook in het Romaanse taalgebied door. — Zie: kamp 2.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

kamp I (stuk. land), mnl. (vooral noord-ndl.) camp m. “afgeperkt stuk land, veld”. = os. kamp (in de samenst. kirsecamp 1083), mnd. kamp m. “afgeperkt stuk land”, owfri. kamp “id.”. Ontl. uit lat. campus “veld, stuk land”. Hierop gaat volgens de meest verbreide opinie ook terug kamp II (strijd), mnl. camp m. “strijd”, vooral “gerechtelijke tweekamp”, ohd. (zeldzaam) champf m. “strijd” (nhd. kampf), mnd. kamp m. o. “id., gerechtelijke tweekamp”, ofri. komp m. “id.”, ags. comp m. “strijd”, on. kapp o. “ijver”; wij moeten dan van campus in de bet. “slagveld, veld waar gestreden wordt” uitgaan. Vooral met ’t oog op on. kapp mag deze verklaring niet als zeker gelden, maar een betere is niet gegeven. Hierbij de afll. mnl. kempen (nog in kemphaan) en campen “strijden, een gerechtelijk en kamp voeren” (nnl. kampen) = ohd. chemfan, chamfan “strijden” (nhd. kämpfen), mnd. kempen “id.”, ofri. kempa, kampa, kampia, kompia “id., een gerechtelijken kamp voeren”, ags. compian “strijden”, on. keppa “al zijn krachten inspannen”, en het znw. mnl. kempe (eenmaal campe) m. “kampioen, strijder”, ohd. chempfo, os. kempio (mnd. kempe, kampe), ofri. kempa, kampa, ags. cempa m. “id.”. Dit laatste woord bestaat ook in de rom. talen: mlat. campio, fr. champion, waaruit eng. champion “kampioen”; uit een pic. dialectvorm mnl. campioen m. (nnl. kampioen).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

kampioen m., uit Mlat. campionem (-io) (van waar ook Fr. champion), een afleid. van Mlat. campus = strijdperk, gevecht (z. kamp 1).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

kampioen (Picardische vorm van Frans champion)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

kampioen ‘de beste in een sport’ -> Indonesisch kampiun ‘de beste in een sport; heel slim’; Jakartaans-Maleis kampiun ‘de beste in een sport’; Javaans kampiyun, kampi ‘de beste in een sport; nummer één’; Makassaars kampiûng ‘kampioen bij voetbal’; Menadonees kampiun ‘de beste in een sport’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

kampioen de beste in een sport, voorvechter 1340-1350 [MNW] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut