Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kalm - (vrij van beweging, rustig)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

kalm bn. ‘vrij van beweging, rustig’
Vnnl. calm ‘rustig’ in de zee was calm, d'weer was stil ende in vrë [1568; WNT flauwte], ‘rustig, bedaard’ in den geheelen dag had hij koorts, 's avonds werd het erger, maar in den nacht bedaarde het wat, en 's morgens was hij kalm [1676; WNT morgen I].
Ontleend aan Frans calme ‘rustig, kalm’ [1585-1601; Rey], eerder al ‘windstil’ [1501-06; Rey], afgeleid van zn. calme ‘windstilte’ [1418; Rey], ontleend aan Spaans calma ‘windstilte’ [1320-55; Corominas] of Catalaans calma ‘id.’ [1496; Rey], die beide oorsp. ‘hitte’ betekenden, uit Laatlatijn cauma ‘hitte’, waarbij de overgang au > al wellicht plaatshad o.i.v. het Latijnse werkwoord calēre ‘warm zijn’. Laatlatijn cauma is ontleend aan Grieks kaũma ‘(zonne)hitte’ en vandaar ‘rust der elementen bij heet weer; tijd om te rusten; rust’, afleiding van kaíein ‘(ver)branden’, van onzekere verdere herkomst.
kalmte ‘(toestand van) rust’. Vnnl. calmte ‘windstilte’ [1599; WNT zwermen], ‘(toestand van) rust’ in daer uwe minnekiel in zoele kalmte rust ‘waar uw liefdesboot in zoele rust ligt’ [1709; WNT Aanv. min I]. Afleiding van het zn. Eerder bestond het zn. calm ‘windstilte’, rechtstreeks ontleend aan het Frans, in item eyst datter callem overcompt ende dat de schepen by een zyn ‘evenzo indien er een windstilte invalt en de schepen bij elkaar liggen’ [1557; WNT kalm I]. ♦ kalmeren ‘kalm worden, kalm maken’. Nnl. ‘kalm maken’ in de prins neer te setten en te calmeren in gevoelens [1780; WNT], ‘kalm worden’ in hij kalmeerde wat [1894; WNT]. Ontleend aan Frans calmer ‘rustig worden, kalmeren’ [16e eeuw; Rey], eerder al ‘rustig worden van de zee’ [1450-1500; Rey]. Eerder bestond het werkwoord kalmen ‘(van zee) tot rust komen’ en ‘(van personen) doen bedaren, rustig maken’ [1624; WNT].

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

kalm [rustig] {1574} oorspr. een woord uit de zeevaart < frans calme [kalm], van het zn. calme [windstilte], vgl. calmer [kalmeren] naast calmir [luwen van de wind, kalm worden van de zee]; de vorm calme < italiaans calmo [kalm], van calma [windstilte, kalmte] < grieks kauma [(zonne)hitte].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

kalm bnw., sedert Kiliaen ook bet. ‘windstilte’ < fra. calme ‘kalm, kalmte, windstilte’ < vulg. lat. *calma, dat men opvat als een kruising van gr. kaũma ‘hitte’ en lat. calēre ‘warm zijn’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

kalm bnw., sedert Kil. Evenals ndd. > nhd. kalm “windstilte”, eng. calm, “kalm, kalmte” uit. fr. calme “kalm, kalmte, windstilte”; dit is van onzekeren oorsprong (kaũma “hitte” onder invloed van den stam van lat. calêre “warm zijn”?)

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

kalm. Bij Kil. en oudnnl. ook nog znw. = ‘windstilte’.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

kalm bijv., , gelijk Hgd. kalm en Eng. calm, uit Fr. calme, verwant met Prov. chaume = rusttijd, Mlat. caumam (-a) = heetste van den dag. Gr. kaũma = hitte, van Gr. kaíein = branden (z. hei 3).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

kalm (Frans calme)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Kalm, ontleend aan ’t Romaansch: It. calma, Fr. calme = windstilte.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

kalm ‘rustig’ -> Indonesisch kalem; (Bahasa Prokem) lakem ‘rustig’; Balinees kalem ‘rustig’; Jakartaans-Maleis kalem ‘rustig, geduldig, niet gehaast’; Javaans kalem ‘rustig’; Kupang-Maleis kalam ‘rustig, stabiel’; Madoerees kalem ‘rustig’; Menadonees kalem ‘rustig’; Negerhollands kalm ‘rustig’; Surinaams-Javaans kalem ‘rustig’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

kalm rustig 1568 [WNT vrede] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut