Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kalender - (tijdoverzicht)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

kalender zn. ‘tijdsoverzicht’
Mnl. kalendier ‘tijdwijzer, tijdsoverzicht’ [1240; Bern.]; vnnl. kalender [1573; WNT].
Ontleend aan Oudfrans calendier ‘tijdwijzer’ [kalendier 1119; Rey] (Nieuwfrans calendrier), uit christelijk Latijn calendarium ‘id.’ [10e eeuw; Pfeifer], van klassiek Latijn calendārium ‘register dat aan het begin van de maand werd opgesteld en waarin de rentebetalingen werden genoteerd, schuldenregister’, afgeleid van klassiek Latijn Kalendae of Calendae (genitief Calendārum) ‘eerste dag van de maand’. Dit is wrsch. een afleiding van een niet-geattesteerde variant *calēre van calāre ‘(bijeen)roepen’, verwant met o.a.hel 2 ‘fel’ en → loeien.
De jongere vorm kalender is wellicht ontstaan onder invloed van Duits Kalender [15e eeuw; Pfeifer] en verdrong mnl. kalendier vanuit het Noord-Nederlandse taalgebied.
Een maand had volgens het Vroeg-Romeinse tijdrekeningsysteem drie sleuteldagen: de Calendae ‘dag waarop het nieuwe maan is’, de Nonae ‘vijfde of zevende dag van de maand, ofwel de negende dag voor de Idus’ en de Idus ‘dag waarop het volle maan is, ofwel de 13e dag of 15e dag van de maand’. Meer aanduidingen voor dagen kende men niet. Men sprak daardoor van ‘het gebeurde twee dagen voor de Idus van maart of drie dagen na de Calendae van augustus’. De dag waarop het nieuwe maan was, werd in het openbaar omgeroepen, de naam Calendae wijst daar wrsch. op.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

kalender1 [tijdoverzicht] {1573} < hoogduits Kalender < latijn calendarium [kalender, calendarium], gevormd van Calendae (vgl. calendarium); de middelnl. vorm calendier {1201-1250} < oudfrans calendier, frans calendrier.

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

kalender

Het Romeinse jaar was een maanjaar van 354 dagen, verdeeld over 12 maanden. Oorspronkelijk begon het jaar op 1 maart, vandaar de namen september, oktober, november en december (zie bij januari). In elke maand kenden de Romeinen drie dagen die een bijzondere naam droegen. Een daarvan waren de Kalendae, de eerste dag van elke maand. Men meent dat in dit woord het Griekse werkwoord kalein verborgen is, dat: roepen betekent. Op die dag riep namelijk een der priesters de nieuwe maand af, die met de nieuwe maan samenviel. Ook werden dan de in die maand vallende feestdagen ‘afgeroepen’. Van het woord kalendae is kalendarium gevormd, het boek waarin de Romeinse geldschieters de renterekeningen van hun klanten boekten. Via het Frans of Duits levert dit ons woord kalender op in de betekenis: tijdwijzer, almanak.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

kalender 1 znw. m., in de 18de eeuw < nhd. kalender in de plaats van het oudere mnl. calendier, Kiliaen calendier < ofra. calendier < lat. calendārium eig. ‘schuldregister’, omdat de interessen op de kalendae verrekend werden.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

kalender znw. De mnl. vorm calendier m. (o.), de eenige dien ook Kil. nog opgeeft, gaat via ofr. calendier (fr. calendrier) op lat. calendârium terug. Ons kalender is wsch. onder invloed van hd. kalender m. (sedert de 15. eeuw) opgekomen.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

kalender m., gelijk Hgd. id., Eng. calendar en Fr. calendrier, uit Lat. calendarium, een afleid. van Lat. calendæ = eersten dag der maand, die openlijk afgekondigd werd; afgel. van calare = roepen (z. hel 2)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

kalender I: “almanak” (WAT); Ndl. kalender vervang na Kil uit Hd. kalender Mnl. en Kil se calendier uit Ofr. calendier uit Lat. calendarium, “skuldregister”, omdat rentes en skulde op die eerste v. d. maand (die Romeinse calendae/kalendae) verreken moes word, so ook Hd. kalender en Eng. calendar, tans in ’n mate intern.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

kalender (Duits Kalender)

P.H. van Laer (1964), Vreemde woorden in de sterrenkunde, 2e druk, Groningen

Kalender (< Lat. Kaléndae of Caléndae = de eerste van de (maan-)maand; < caláre = uitroepen; zodra n.1. de Nieuwe Maan door een pontifex minor was waargenomen, werd door de koning en na 509 v. Chr. door de rex sacrorum afgeroepen, dat de nieuwe maand begonnen was; vd. calendárium = schuldboek; daar de eerste van de maand betaaldag was). Pas in het laat-Latijn komt calendárius (of calendárium) voor in de betekenis van tijdwijzer over een jaar. Dit werd in de 15e en 16e eeuw in de West-Europese talen overgenomen. Het Latijnse woord voor wat wij kalender noemen was fasti (kalendáres). De Grieken gebruikten de term ἐφημερίδες (ephèmerides). Zo wordt tegenwoordig nog een astronomische kalender genoemd (→ ephemeride).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

kalender ‘tijdoverzicht’ -> Indonesisch kalénder; (Bahasa Prokem) kaloken ‘tijdoverzicht’; Madoerees kalendēr ‘tijdoverzicht’; Menadonees kalènder ‘tijdoverzicht’; Minangkabaus kalender ‘tijdoverzicht’; Singalees kälandara ‘tijdoverzicht’; Papiaments kalènder ‘tijdoverzicht’; Sarnami kalendar ‘tijdoverzicht’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

kalender tijdoverzicht 1573 [Plantijn] <Duits

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut