Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kaki - (zandkleur; zandkleurig weefsel), (zandkleurig)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

kaki zn. ‘zandkleur; zandkleurig weefsel’, bn. ‘zandkleurig’
Nnl. khaki ‘zandkleurig weefsel’ in Khaki-jachtbuis [1881; Groene Amsterdammer]; khaki ‘stof en kleur der in vele tropische landen in gebruik zijnde grauwgele uniformen’ [1914; van Dale], kaki [1954; WL].
Ontleend aan Engels khaki, khakee ‘zandkleur’ [1863; OED] en ‘zandkleurig weefsel’ [1857; OED], zelfstandig gebruik van het bn. khaki, khakee ‘zandkleurig, modderkleurig’ [1863; OED], ontleend aan Urdu khākī ‘stoffig, onder het stof’, afgeleid van Perzisch khāk ‘stof, aarde’.
De bruinlinnen stof kaki werd voor het eerst gebruikt voor legeruniformen in 1846 door de Britse cavalerie in India. Via het Brits-Engels verspreidde het woord zich internationaal, bijv. Frans kaki, Duits khaki, Italiaans cachi, Spaans caqui, kaki, Portugees caqui, Nieuw-Grieks kakí, Fries kaky, Afrikaans kakie.
De nog steeds wijdverbreide pseudo-Engelse uitspraak /kee-kie/ is in het Nederlands al oud: een uitspraakaanwijzing in die zin staat al in Koenen 1912 en werd pas twee edities later gecorrigeerd.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

kaki [stof, uniform daarvan] {1901-1925} < engels khaki < hindi khākī [stofkleurig, aardekleurig] < perzisch khākī met dezelfde betekenis, van khāk [stof, aarde]; het kakiuniform werd door de Engelsen in 1857 ingevoerd bij het beleg van Delhi.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

kaki znw. o. ‘stof en kleur van grauwe legeruniformen’ < ne. khakî, khakee oorspr. ‘kleur van uniformen, gedragen door voorindische regimenten, later ook in europese legers ingevoerd’ < hindostaans khâkî ‘aardkleurig’.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

kakie s.nw.
1. Dof, bruingeel, grondkleurige materiaal van katoen, wol of 'n mengsel waarvan militêre uniforms oorspr. gemaak is. 2. 'n Lig tot matig gelerige bruin of ligte olyfbruin, soos dié van bg. materiaal. 3. (histories) Eng. soldaat in S.A. in die Anglo-Boereoorlog (1899 - 1902). 4. (skertsend) Engelsman, Eng. soldaat of Engelsgesinde Afrikaner.
In bet. 1 en 2 uit Eng. khaki (1857 in bet. 1, 1863 in bet. 2). Bet. 3 en 4 het in Afr. self ontwikkel, in bet. 3 so genoem n.a.v. die kleur van die soldate se uniforms.

N. van der Sijs (bezorger) (2003), Uit Oost en West. Verklaring van 1000 woorden uit Nederlands-Indië van P.J. Veth (1889), met aanvullingen van H. Kern en F.P.H. Prick van Wely (1910), Amsterdam

khaki [stof]. Is van het Hindoestani châkî, dat ‘stofachtig, pulverachtig, stofkleurig’ betekent, van het Perzisch châk: stof (pulver). De k-uitspraak heeft haar ontstaan te danken aan de Engelse transcriptie van het woord. [P]

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

kaki (Engels khaki)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

kaki stof, uniform daarvan 1912 [KKU] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut