Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kaketoe - (papegaaiachtige)

Thematische woordenboeken

K.J. Eigenhuis (2004), Verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen, Amsterdam

Kaketoe Zwarte of witte grote gekuifde Papegaaiachtige (familie der Cacatuidae) uit oostelijk Indonesië en Australië; de naam is misschien door de Hollanders naar West-Europa gebracht. De vogels zelf komen hier alleen als ontsnapte volière-vogels voor.
ETYMOLOGIE N Kaketoe (1662) kakatoewa, kakaktoewa (kakak = broeder, zuster; toea = oud; tegelijk kan er ook sprake zijn van een onomatopee). Robert 1993: “F Cacatoès (1809) kakatou (1652) kakatua (via het duits); daarnaast cacatois ‘klein vierkant zeil boven het bramzeil’ cacatoès (1663)”. D Kakadu (1775) Cockatoo kakatúa; cf. F cacatoès; Probably imitation of cry”. Sp Cacatúa; portugees Cacatou.

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

kaketoe: (vaak voorafgegaan door opgezette) naprater. Syn.: Beo*.

‘Vloekers zijn napraters‘. En wat mogen de niet-vloekers dan wel zijn? Stompzinnigen, onaangedane dikhuiden, schriele binnenvetters, opgezette kaketoes. (De Groene Amsterdammer, 29/01/1997)

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

kaketoe (Maleis kakatoea)
Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

kaketoe [soort papegaai] {1662} < maleis kakatua, kakaktua [kaketoe, nijptang]; vermoedelijk is kaka klanknabootsend, vgl. ook maori kaka [papegaai].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

kaketoe znw. m. < mal. kakatoewa ‘papagaai van de Molukken’ (misschien, indien niet een klankwoord, uit kakak ‘broeder, zuster’ + toea ‘oud’), vgl. ook spa. cacatua, port. cacatou. — > nhd. kakadu (sedert 1775); > fra. cacatois, cacatoès (als mogelijk aangegeven door Valkhoff 82).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

kaketoe znw. Een internationaal woord, afkomstig van de Molukken. Daar wsch. onomatopoëtisch; minder wsch. uit kaka “papegaai” + tûa “oud”.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

kaketoe, is van het Nederl. in andere europ. talen overgegaan. — Vóór de verklaring kaka ‘papegaai’ (dat ospr. een onomatopoëtische benaming voor de kraai zou geweest zijn) + tûa ‘oud’ pleit Loewe KZ. 61, 120 vlgg. Zekerheid is wegens de schaarste der gegevens moeilijk te verkrijgen.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

kaketoe v., uit Mal. kakatoewā, waarin het ontleend is aan de taal van de Papoesche eilanden. Kaka, is onomat.; toewā = oud.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

kaketoe s.nw.
Soort papegaai.
Uit Ndl. kaketoe (1662).
Ndl. kaketoe uit Maleis kakatua, kakaktua 'papegaai, knyptang'. Die woord is wsk. klanknabootsend gevorm n.a.v. die geluid wat die papegaai maak, maar kan ook na die kragtige snawel van die voël verwys wat aan 'n knyptang herinner.
D. Kakadu, Eng. cockatoo, Fr. cocatois.

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

ka’ketoe (de, -s), kraagpapegaai of zonpapegaai, een zeer fraaie papegaai, met rug, vleugels en staart groen, kop isabel tot bruinig, hals, borst en buik rood en blauw. Behalve jachthonden, meestal van Indianen afkomstig, en kippen, houden zij [Bosnegers*] er zelden huisdieren op na; het meest nog het een of andere boshoen - samen met de kippen - of een siervogel zoals de kakatoe (Helman 1978: 77). - Etym.: AN k. = naam voor enige papegaaisoorten met een kuif uit Z.O.-Azië en Australië. De SN naam moet wellicht toegeschreven worden aan het feit, dat de SN k. zijn kraag kan opzetten zoals een AN k. zijn kuif. Oudste vindpl. Stedman 1796: 238 (E: beautiful parrots, called here cocatoos). Elisabeth van der Woude (geciteerd in Lichtveld & V. 51) zag in 1678 aan de Oayapoc (Frans Guiana) zowel ’papegajen’ als ’kacketoes’.

N. van der Sijs (bezorger) (2003), Uit Oost en West. Verklaring van 1000 woorden uit Nederlands-Indië van P.J. Veth (1889), met aanvullingen van H. Kern en F.P.H. Prick van Wely (1910), Amsterdam. Gebaseerd op: Uit Oost en West. Verklaring van eenige uitheemsche woorden van P.J. Veth uit 1889, recensie van het werk van Veth door H. Kern in De Indische Gids van 1889, en ‘Etymologisch aanhangsel’ (p. 297-350) uit het Viertalig aanvullend Hulpwoordenboek voor Groot-Nederland van Prick van Wely uit 1910

kakatoe1 [bepaalde vogel]. Deze schrijfwijze is geloof ik de meest gebruikelijke en bewaart beter de oorspronkelijke vorm dan kakketoe, dat door De Vries en Te Winkel en ook door Van Dale is aangenomen. In het Engels zegt men cockatoo.

Ieder weet dat kakatoe een geslacht van papegaaien is, zich onderscheidende door een kuif op de kop, een grote, gekromde, scherpgepunte en krachtige snavel, en in witte en zwarte soorten voorkomende. Het vaderland van deze vogels zijn de Molukse of Papoease eilanden en hun naam, evenals die van de kasuaris, behoort dan ook naar alle schijn oorspronkelijk in de talen van die eilanden thuis. Die naam is tot de Maleiers gekomen en luidt bij hen kakatoewa. Uit het Maleis is deze in de talen van Europa overgegaan; maar dat hij oorspronkelijk Maleis zou zijn, is hoogst onwaarschijnlijk. In die taal zou hij een samengesteld woord moeten zijn, maar de verbinding van kaka met toewa geeft geen zin29 en in de Maleise landen geldt evengoed als bij ons de regel dat dieren uit vreemde landen komende, doorgaans hun uitheemse namen behouden.

Kakatoewa heeft intussen in het Maleis nog twee wel niet algemeen bekende, maar toch genoegzaam vaststaande betekenissen. Volgens Crawfurd, in Journal of the Indian Archipelago, 1850, p. 183, betekent het a vice, a gripe, dat is een nijptang. Het is zeker meer waarschijnlijk dat men dit werktuig kakatoewa heeft genoemd, omdat zijn vorm en gebruik aan de snavel van die vogel herinnerden, dan dat de vogel naar de nijptang is genoemd, zoals Crawfurd schijnt te menen. Ook Klinkert, in zijn Supplement op het Maleis-Nederlandse woordenboek van Pijnappel, kent die betekenis van ‘nijptang’, maar bovendien ook die van een ‘soort van pagaai’ of ‘schepriem’. Dit laatste voorwerp wordt niet nader beschreven, maar moet toch ook, dunkt mij, gekenmerkt zijn door iets in zijn vorm dat aan een kakatoe doet denken. Pijnappel heeft in de tweede uitgave van zijn woordenboek ook de betekenissen van ‘nijptang’ en een ‘soort van pagaai’ opgenomen. [V]

kakatoea2 [bepaalde vogel]. Het eerste gedeelte van dit woord levert weinig bezwaar op; minder duidelijk is het laatste gedeelte. Kaka is de gewone benaming van de papegaai of kaketoe in het Sumbaas, Maori, Fidji, enz. Het is nauwelijks te betwijfelen dat kaka eigenlijk een klanknabootsing is, en het kan geen bevreemding wekken dat dezelfde klank in het Lampongs dient om de kraai, raaf te benoemen. In het Dajaks heet de kraai kak, Bataks gak, Malagasi goaka, Maleis gagaq, Bisayaas en Tagalog oak, blijkbaar slechts variëteiten van dezelfde klank. Zoals men ziet, is de onderlinge klankverhouding onregelmatig, hetgeen bij dergelijke klanknabootsingen zeer natuurlijk en geenszins ongewoon is, ook in andere talen; dezelfde onregelmatigheid en om dezelfde reden vertoont onder andere het Duitse gackern vergeleken met ons kakelen en kwaken.

Het tweede gedeelte van het woord, toea, zou ‘oud’ kunnen betekenen, maar het is moeilijk in te zien hoe dit begrip in de benaming van de vogel te pas zou komen. De oude verklaring is dan ook geheel anders. De reiziger Mandelslo, aangehaald in Hobson-Jobson onder cockatoo, beweert het volgende: ‘Il y en a qui sont blancs [...] et sont coeffés d’une houpe incarnate [...] l’on les appelle kakatou, à cause de ce mot qu’ils prononcent en leur chant assez distinctement’ [Er zijn witte met een rode kuif; men noemt ze kakatou omdat dit woord duidelijk te horen is in hun roep]. Een andere reiziger, Funnel (zie Hobson-Jobson) noemt de vogel crockadore en zegt onder andere: ‘When they fly wild up and down the Woods they will call crockadore, crockadore; for which reason they go by that name.’ Een derde bericht spreekt eveneens van cocatores: ‘At Sooloo there are no Loories, but the Cocatores have yellow tufts.’ Indien het werkelijk waar is — wat wij niet kunnen bevestigen, noch tegenspreken — dat de kaketoes in de natuurstaat kakatoe, kakatoea, kakadore of iets wat daarop lijkt schreeuwen, dan zou de zaak beslist zijn: niet alleen kaka, kak is dan een natuurkreet, maar kakatoea, kakatoe, kaktoe evenzeer. Wat ons beweegt, de gegeven oude verklaring voor de ware te houden, is dat dore, tore als halfgearticuleerde klank dicht genoeg bij toe, toea staat, maar als synoniem van toea ‘oud’ niet bestaat. In dat vermoeden worden wij nog bevestigd, als wij in aanmerking nemen dat dora-dora in het Makassaars en Boeginees de benaming is van de kleine groene kaketoe. Klaarblijkelijk is dora-dora ook uit klanknabootsing ontstaan en mag het als zodanig toegepast op een papegaaisoort synoniem met toe, toea heten.

Er zijn in het Makassaars en Boeginees nog twee benamingen voor de grote witte en de kleine groene kaketoe, namelijk danga en danga-danga. Dit laat zich niet scheiden van het Javaanse dangdang ‘kraai’. Wat mag men hieruit opmaken? Mij dunkt dit: men heeft in de kreten van kraaien en papegaaien nu eens kaka, kak, enz., dan weer danga, dang menen te horen, en met die klanken zowel de ene als de andere soort van vogels aangeduid. Toe, toea en dora schijnt men alleen van de papegaaien gehoord te hebben.

Op de noordoostkust van Ceram, te Hotti, heet de witte kaketoe eenvoudig kaka, net als op Sumba, enz. Aan de Elpapoetibaai zegt men laka poeti; in de landtalen van Ambon is de meest voorkomende vorm kakatoea, kaktoea. Of deze vorm niet uit het Maleis is ingedrongen, laat zich moeilijk vooralsnog uitmaken; het te Larike gebruikelijke lakatoea rote ‘rode kaketoe’ bevat zelfs het Hollandse woord rood! Ware het woord geen klanknabootsing, dan zou de beslissing niet zo moeilijk zijn, want dan zou men slechts de gewone klankregels hebben toe te passen. Met dat al pleit het feit dat kaka, voor zover wij weten, in het westen van Indonesië niet in de zin van ‘papegaai’ voorkomt, voor het gevoelen van Veth dat kakatoe, kakatoea in de Molukken thuishoort. [K]

kakatoewa3 [bepaalde vogel]. Maleis kakatoewa. Het eerste gedeelte van het woord kaka is het als benaming van het dier gangbaar geworden natuurgeluid, welke naam tot op de Fidji-eilanden toe in gebruik is en ook onder de Europeanen in Indië. Daar het woord kakatoewa in het Maleis samengesteld zou moeten zijn uit kaka + toewa en deze verbinding geen zin geeft, betwijfelt prof. Veth de Maleise oorsprong van dit woord, al is het uit het Maleis in de talen van Europa overgegaan, zelfs met allerlei bijbetekenissen. Zou niet het hele woord het natuurgeluid van de vogel weer kunnen geven? Zo niet, dan moet men aannemen dat de vogel zo benoemd is met het epitheton toewa, oud, in de zin van ‘lang levend’, daar sommige exemplaren het tot honderd jaar brengen. De tweede betekenis, namelijk ‘nijptang’, is ook in het Europees taalgebruik in Indië bekend, niet echter die van: soort van pagaai (vergelijk Veth). [P]

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

kaketoe ‘papegaaiachtige’ -> Engels cockatoo ‘papegaaiachtige’; Duits Kakadu ‘papegaaiachtige’; Deens kakadu, kakadue ‘papegaaiachtige’; Noors kakadu, kakadue ‘papegaaiachtige’; Zweeds kakadu ‘papegaaiachtige’; Fins kakadu ‘papegaaiachtige’ ; Frans cacatoès ‘papegaaiachtige’; Pools kakadu ‘papegaaiachtige’ ; Servisch kakadu ‘papegaaiachtige’ ; Russisch kakadú ‘papegaaiachtige’; Oekraïens kakadú ‘papegaaiachtige’ ; Azeri kakadoe ‘papegaaiachtige’ ; Lets kakadu ‘papegaaiachtige’ (uit Nederlands of Duits); Litouws kakadu ‘papegaaiachtige’ (uit Nederlands of Duits); Hongaars kakadu ‘papegaaiachtige’ ; Maltees kakatuw ‘papegaaiachtige’ .

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

kaketoe papegaaiachtige 1662 [WNT] <Indonesisch

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut