Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kakelbont - (met veel schreeuwende kleuren, opzichtig)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

kakelbont bn. ‘met veel schreeuwende kleuren, opzichtig’
Mnl. waendy daerom edel wezen, omdat ghy mit den kakelbont syt aengehanghen? ‘denkt u edel te zijn, omdat u gekleed gaat in kakelbonte kleren?’ [1476; MNW].
Gevormd uit → kakelen en → bont 1 ‘veelkleurig’; zowel opzichtige kleuren als gekakel zijn schreeuwerig.
Mnd. kakelbunt; nfri. keakelbûnt.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

kakelbont [met vele, niet-harmoniërende kleuren] {cakelbont [zn.: bonte opschik] 1476, als bn. 1629} van kakelen + bont, dus ‘van een kakelende bontheid’.

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

kakelbont

In de letterkunde kent men de stijlvorm waarin de indruk van een bepaald zintuig wordt weergegeven met een woord dat met een ander zintuig wordt verbonden. Men spreekt van knalrood en van schreeuwende kleuren (gehoorindruk en gezichtsindruk) en van bittere woorden (smaak en gehoor). Misschien dat kakelbont ook zo verklaard moet worden (gehoor en gezicht). Het woord betekent: met al te sterk tegen elkaar afstekende en niet met elkaar harmoniërende kleuren. Men denkt dus aan het kakelen van kippen dat weinig harmonieus is, maar het lijkt niet onmogelijk dat ook de bonte kleuren van kippen en hanen bij de vorming van het woord een rol hebben gespeeld.

Op voorbeeld van kakelbont heeft de reclame de samenstelling kakelvers gevormd (kakelverseeieren). Het woorddeel kakel- is daarin niet veel meer dan een versterking, maar de bedoeling zal wel zijn: zo vers dat men de kip die het ei legt, nog hoort kakelen.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

kakelbont bnw., laat-mnl. kakelbont ‘bonte opschik’, mnd. kakelbunt, fri. keakelbont. Men heeft herinnerd aan ‘schreeuwende kleuren’ en dus aan kakelen gedacht. Maar dat betekent dus, dat men juist aan de haan gedacht heeft en dan is het niet onmogelijk, dat ook de bonte kleuren van de staart hierbij een rol gespeeld hebben (mhd. gickel-vēch is niet te scheiden van nhd. gickelhahn). Zie nog Siewert, Nd. Jahrb. 1913, 83.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

kakelbont bnw., samenstelling van kakelen, laat-mnl. kākelbont znw. o.“bonte opschik”. = mnd. kākelbunt, fri. keakelbont bnw. “kakelbont’ Voor de bet. vgl. schreeuwende kleuren, ook mhd. gickel-vêch, du. dial. gackelig, kakelig “kakelbont”.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

kakelbont. Minder wsch. is het woord wel verklaard als ‘bont als de veren van een hen (haan)’. Zo opnieuw Siewert Ndd. Jahrb. 1913, 83.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

kakelbont bijv., bij Vondel (Hipp. IV, 42) bont gekakeld, zooveel als bont gespikkeld; waarvan kakelbont dan zooveel als spikkelbont, maar een werkw. kakelen = spikkelen, is niet op te sporen; daarom brengt men het liever tot kakelen, met de bet. schreeuwend bont. Het Hgd. zegt kunterbunt, dat = veelstemmig, en uit contrapunct ontstaan is.

Thematische woordenboeken

C.H.Ph. Meijer (1919), Woorden en uitdrukkingen verklaard door Dr. C. H. Ph. Meijer, Amsterdam

Kakelbont, naar alle waarschijnlijkheid van kakelen en bont. vgl. schreeuwend van kleur; schilderijen, die rammelen; kleuren, die tegen elkaar vloeken. Wel zegt Vondel 2, 746 bont gekakeld, doch dit kan een dichterlijke omschrijving zijn, gevormd naar bont gespikkeld, bont gevlekt, waarbij dan de eigenlijke beteekenis waarschijnlijk wel vergeten is.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

kakelbont met vele, niet-harmoniërende kleuren 1603 [De Jonge III, 159]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut