Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kabuiskool - (kropkool)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

kabuiskool [kropkool] {cabuuscole 1377-1378} het eerste lid < frans cabus in chou cabus [sluitkool, kabuiskool] < provençaals cabus < italiaans cappuccio [kap, monnikskap, kool], verkleiningsvorm van cappa [kap].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

kabuiskool znw. v. ‘brassica capitata’, laat-mnl. cabuuscōle, waarvan het 1ste lid, evenals mnd. kabūs(-kōl) < fra. chou cabus ‘kopkool’, sedert de 15de eeuw in het waals als ‘een kop vormend’, dat verder uit het italiaans stamt, vgl. cavolo cappuccio, een afl. van capo ‘kop’ < lat. caput.

In de nl. dialecten leven de volgende vormen: kabuse in het zuidnl., kappes in het oosten en boes, buus in Overijssel, Drente en Groningen (vgl. J. Daan, Album Blancquaert 1958, 239-241).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

kabuiskool znw., laat-mnl. cabuuscôle v. Samenst. van cabuus en kool II. Cabuus, mnd. kabûs (in kabûs-kôl) komt uit fr. (chou) cabus “kabuiskool”(een afl. van lat. caput of cappa). Zie kappertjeskool.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

kabuiskool. Hiernaast de vorm buiskoo1, waarin de syllabe vóór het accent is afgevallen, een soortgelijk verschijnsel als in buis III, pul en muts.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

kabuiskool v., naar Fr. chou cabus, waarin cabus uit It. capuccio, dimin. van capo, Lat. caput = hoofd (z.d.w.).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

I. kab’bes (de), palmkool, d.i. een groente of tafelzuur uit het hart (de top) van enige palm-soorten, i.h.b. de koningspalm*. De kabbes wassen, in stukjes snijden, goed laten uitlekken en drogen (S&S 298). - Etym.: Vgl. veroud. AN kabuis = soort kool die als groente gegeten wordt (Brassica, Koolfamilie*). E cabbage = kool; E palm-cabbage = palmkool. Oudste vindpl. 1771 (Cabbes; zie De Beet 91).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

kabuiskool (Frans chou cabus)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut