Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kabaai - (baadje)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

kabaai, kabaja [baadje] {1637} < maleis kabaya [idem] < perzisch qabā [mantel].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

kabaai znw. m., sedert de 17de eeuw < maleis kabāja < vulg. arab. ḳabāja < perz. ḳäbā ‘bovenkleed of mantel’ (Lokotsch Nr. 971). Ook in andere talen: ne. kabaya, fra. cabaye, die het woord wel over port. cabaya ‘zijden opperkleed van Oosterlingen’ zullen ontvangen hebben. — Rechtstreeks uit het nl. > nde. kavai, nzw. kavaj.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

kabaai znw. Uit het Mal.: in Indië = “kamerjak”.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

kabaai, sedert de 17e eeuw. Het maleise woord is van perz.-arab. oorsprong (vulg.-arab. kabâja) en in verschillende europ. talen (eng. kabaya, fr. cabaye) ontleend, deels via port. cabaya. Vgl. Vidos Zs. f. franz. Spr. u. Lit. 58, 455 vlgg. Uit het Ndl.: de. kavai, zw. kavaj.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

kabaai v., . uit Mal. kabāja, van Cambay.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

kabaai s.nw.
1. Loshangende jurk in Indië gedra. 2. Los kledingstuk wat in die 18de eeu en later deur veral mans in die huis gedra is. 3. Naghemp, nagrok, slaapbaadjie of slaapklere.
Uit Ndl. kabaai (1724 - 1726 in bet. 1, 1786 in bet. 2, 1867 in bet. 3). Eerste optekening in Afr. in bet. 3 by Pannevis (1880).

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

kabaai’ (de, -en), 1. (verouderend) wit, linnen jasje voor mannen als nette huisdracht. Zie Van Schaick 1866: 73. - 2. pyjamajasje. Alles is mooi, behalve ik, want ik ben nog in slaapbroek* en kabaai (Hijlaard 40). - Etym.: S kabai. Bij Van Dale o.m.: kabaai, kabaja, van Maleis-Persische oorsprong en gebruikelijk in het voormalige NOI; gekleurd lang baadje van inlandse vrouwen; wit damesjak met borduursel; wit, linnen jasje als huisdracht of nachtgewaad voor heren. De SN bet. sluiten dus aan bij het laatste. SN slaapbroek* en kabaai (of omgekeerd: z.a.) kan ook vertaald worden met AN pyjama.
— : kabaai en slaap’broek, pyjama. Zie Schoonhoven 155. - Etym.: Zie kabaai*, zie slaapbroek*. - Syn. slaapbroek* en kabaai, slaappak*, nachtpak*. Zie ook: nachtkleren*.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

kabaai: – kabaja/k(o)ebaai/(volkset.) kabaadjie – , “kamerjas”; “naghemp”; “bep. tekstielstof”; Ndl. kabaai/kabaja (sedert vroeg 17e eeu), via Port. cabaya of regstreeks uit Mal. kabaja, Arab. kaba/(“volks”) kabaja, Pers. käbā – in It., Fr., Port. en Sp. ook wv. met anl. g-, in Eng. en Fr. ook met c-.

N. van der Sijs (bezorger) (2003), Uit Oost en West. Verklaring van 1000 woorden uit Nederlands-Indië van P.J. Veth (1889), met aanvullingen van H. Kern en F.P.H. Prick van Wely (1910), Amsterdam. Gebaseerd op: Uit Oost en West. Verklaring van eenige uitheemsche woorden van P.J. Veth uit 1889, recensie van het werk van Veth door H. Kern in De Indische Gids van 1889, en ‘Etymologisch aanhangsel’ (p. 297-350) uit het Viertalig aanvullend Hulpwoordenboek voor Groot-Nederland van Prick van Wely uit 1910

kabaai, kabaja [kleed]. Dit laatste is de Portugese vorm van het Arabische qabâ = lang kleed, maar kabaai is het Perzische qabaj, bijvorm van qabâ. De spelling cabay vindt men nog in de 4e druk van Schoutens Reistogt, II, p. 47, die in 1775 verschenen is. [P]

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

kabaai (Maleis kabaja)

R. Dozy (1867), Oosterlingen, verklarende lijst der Nederlandschen woorden die uit het Arabisch, Hebreeuwsch, Chaldeeuwsch, Perzisch en Turksch afkomstig zijn, 's-Gravenhage

Kabaai
Bij ons in den zin van kamerjapon, is het Perzische (door de Arabieren overgenomene) woord kabâ, of eigenlijk het nomen unitatis daarvan, kabâi (قباي), een kleedingstuk waarvan Thévenot (Suite du Voyage de Levant, p. 173) de volgende beschrijving geeft: “Par dessus ils ont une veste, qu’ils appellent Caba, qui est ordinairement de toile de cotton tres-fine, teinte de rouge, jaune, vert ou autre couleur selon la fantaisie, et tellement lisée qu’elle semble du satin; cette veste est cotonnée et picquée, et vient jusqu’à my-jambe; elle est fort échancrée par le devant, et le côté droit s’étend juste sur l’estomach, et vient s’attacher sous l’aisselle gauche avec des cordons, et le côté gauche s’étend pardessus et vient s’attacher au côté droit avec quatre cordons, et il en reste un qui ne s’attache point, mais qui pend sur les autres; de cette maniere ils ont l’estomach bien couvert et bien serré, car cela est fort juste sur le corps jusqu’à la ceinture qui est fort étroite, et depuis la ceinture elle va toûjours en élargissant, de maniere qu’elle semble une cloche par bas, se soûtenant en rond, comme s’il y avoit un cercle de fer, et cela à cause du cotton dont elle est garnie. Les manches sont justes aux bras pour la largeur, mais elles sont beaucoup plus longues, c’est pourquoy ons les plisse afin qu’elles ne passent pas le poignet.” Zie verder mijn Dictionnaire détaillé des noms des vêtements chez les Arabes, p. 352-362.
Daar dit woord, voor zoover mij bekend is, in andere Europ. talen niet bestaat, zoo schijnt het een der weinige, die wij rechtstreeks uit het Oosten hebben ontvangen, namelijk uit Java, waar de kleeding van den inboorling uit een sarong en een kabaai bestaat.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

kabaai ‘baadje, jasje’ -> Vastelands-Noord-Fries kawai ‘mantel’; Deens † kavaj ‘soort zeemansmantel’; Noors kavai ‘soort mantel’; Zweeds kavaj ‘korte overjas voor binnengebruik, soort zeemansmantel’; Sranantongo kabai ‘kledingstuk, Indisch lijfje’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut