Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kaapstander - (windas)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

kaapstander zn. ‘windas’
Vnnl. caepstande ‘verticale spil voor het bewegen van lasten’ in de caepstande, met welcken engiene men scip laet en lost ‘de kaapstander, met welk apparaat men het schip laadt en lost’ [1530; WNT], capestand [1567; Nomenclator], kapestant [1588; Kil.], kaapstander [1681; WNT].
Ontleend aan Middelfrans cabestant ‘kaapstander’ [cabestent 1371; Jal] (Nieuwfrans cabestan), met in het Nederlands volksetymologische vervorming onder invloed van → kaap en → stander (al mnl.) ‘verticale balk’. Verdere herkomst onduidelijk. Misschien ontleend aan Provençaals cabestan, nevenvorm van cabestran ‘apparaat voor het opwinden van kabels’, dat dan het teg.deelw. moet zijn van *cabestrar ‘kabels opwinden’ bij het zn. cabestre ‘touw van een katrol’, eerder al ‘gestel van touwen of riemen, halster’, uit Latijn capistrum ‘halster’, een afleiding van capere ‘grijpen, vasthouden’, zie → heffen. Een probleem hierbij is dat de Provençaalse afleidingen in deze betekenissen pas laat of helemaal niet geattesteerd zijn. Het alternatief is ontlening aan Spaans cabrestante, cabestrante ‘rechtopstaand hijswerktuig’ [1518 resp. 1595; Corominas] of Portugees cabrestante [15e eeuw; Da Cunha], gevormd uit cabra ‘geit’ en een teg.deelw. bij estar ‘staan’ (vergelijk Nederlands → bok ‘mannelijke geit’ en ‘hijswerktuig’). Los van het probleem van de dateringen is zo'n vroege ontlening uit het Spaans in het Frans weinig wrsch.; de ontlening zal eerder andersom zijn verlopen, waarna dan in het Spaans volksetymologische vervorming heeft plaatsgevonden
Eveneens al vroeg aan het Frans ontleend is Engels capstan ‘kaapstander’ [ca. 1325; OED].

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

kaapstander [windas] {caepstande 1530, kapestant 1588, caepstandert 1658, kaapstander 1786-1793} onder volksetymologische invloed < oudfrans cabestan < provençaals cabestan, cabestran, van cabestre [touw, poelie] < latijn capistrum [halster], van capere [beetpakken] → kits1.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

kaapstander znw. m., mnl. cāpestander, cāpestant ‘staand windas’ < fra. cabestan (eerst sedert de 16de eeuw bekend!) < provenç. cabestan, cabestran, collectivum van cabestre ‘halster’, dat evenwel semantisch niet overtuigend is.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

kaapstander znw., een blijkens ’t Mnl. Handdwdb. reeds mnl. vorm. Met suffix -er van mnl. cāpestant m. (aldaar), Kil. kapestant gevormd (vgl. dragonder). Dit evenals eng. capstan uit fr. cabestan of spa. cabestante “kaapstander”, dat wel uit lat. capra “geit” + - stant- wordt verklaard.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

kaap 5 m. (kaapstander), verkort uit kaapstander (z.d.w.).

kaapstander m., vervorming uit Fr. cabestan, van Sp. cabestrante, afleid. van cabestre, Lat. capistrum = halster, steekbalk, van caput = hoofd (z.d.w.).

kapstander m., : z. kaapstander.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

kaapstander: soort wenas/windas (veral by die seevaart); Ndl. kaapstander, volkset. m. agterv. -er uit kaapstand/kaapstang (Mnl. caepstande/kapestant, by vRieb caepstandert), soos Eng. capstan uit een v. d. Rom. tale: Fr. cabestan (sedert 16e eeu), Sp. cabestante, maar mntl. uit ouer dial., bv. Prov., wsk. verb. m. Lat. capistrum, “halter”.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

kaapstander (Frans cabestan)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

kaapstander ‘windas’ -> Pools kabestan ‘windas’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

kaapstander windas 1530 [Toll.]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut