Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

jurk - (japon)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

jurk zn. (NN) ‘japon’
Vnnl. jurk ‘overtreksel, bovenkleding voor kleine kinderen’, als vertaling voor Engels frock [1691; Sewel EN]; nnl. jurk ‘los damesoverkleed’ [1851; WNT], ‘kledingstuk voor meisjes en vrouwen, japon’ [ca. 1859; WNT].
Herkomst onduidelijk. Volgens Moerdijk wijzen de Nederduitse en Oost-Friese vorm jurken en het volgens onder meer Skeat uit het Nederlands ontleende Engels jerkin ‘wambuis, leren buis’ [1519; OED] op een oorspronkelijke vorm mnl. *jurreken, die door assimilatie ontstaan kan zijn uit *jurneken, wat een verkleinwoord moet zijn van mnl. jo(u)rney, journede ‘wapenrok, wambuis’ < Oudfrans journée, journade ‘id.’ [resp. 1453 en 1459; TLF], gevormd uit jour ‘dag (van het toernooi etc.)’, zie → journaal 1, met het achtervoegsel -ade ‘bij, van of voor’. Een jurk zou dus een ‘klein buis, klein kieltje’ zijn.
Oost-Fries jurk(en), jürke ‘doopjurk, kinderkiel’, Westfaals jürken ‘soort bovenkleed’.
Rond het midden van de 19e eeuw verschuift de betekenis van ‘kinderkledingstuk (ook voor jongetjes die nog niet zindelijk zijn)’ naar ‘dameskledingstuk, japon’.
Lit.: Moerdijk 1979, 159-164

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

jurk [japon] {1691 in de betekenis ‘bovenkleed voor kleine kinderen’; de huidige betekenis 1846} < oudfrans journée vgl. engels jerkin [wambuis], uit het Nederlands.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

jurk in de 18de eeuw uit oostfri. dial. jurk, jürke, jurken ‘overtrek van dopelingenkleed’, dat misschien weer uit ne. jerkin ‘wambuis’ zou zijn overgenomen (J. W. Muller, Album-Ver-coullie II, 1927, 209-211). — > russ. žúrka vgl. R. v. d. Meulen Verh. AW Amsterdam 66, 2 (1959), 35.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

jurk znw., nog niet bij Kil. = oostfri. dial. jurk, jürke, jurken “überzug einen kleides für täuflinge”. Oorsprong onbekend evenals van das II, jas I. Vgl. eng. jerkin “wambuis” (IG. en 17. eeuw)?

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

jurk. Misschien ontleend aan eng. jerkin (J.W.Muller Album-Vercoullie 209 vlgg.)? Oostfri. jurken zou dan de oudste vorm zijn, waaruit jurk doordat -en als mv.-uitgang werd opgevat (vgl. baak).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

jurk v., oorspr. onbek.; hieruit Eng. jerkin.

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

jurk: (spottend) priester. Zie ook janjurk*.

Ik wil niet langer de vertegenwoordiger van dit ridicule kikkerland zijn. Ik wil leven, ik wil bestaan, ik wil lachen en ik verklaar, terwijl de jurken met de kist over het Sint Pietersplein sjouwen, dat ik er mee stop. Namens ons land zal ik nooit meer ergens naar toe gaan. Iedereen, inclusief paapse Dries, kan de pip krijgen. (Youp van ’t Hek in NRC Handelsblad, 09/05/2005)

jurk (van een gozer, kerel): slappeling, doetje*. Ook wel een janjurk* genoemd.

Een jurk van een gozer; een overdreven kwijlebabbel zonder kloten. (Jan Cremer, Ik Jan Cremer. Tweede Boek, 1966)

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

jurk (van Oudfrans journée)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

jurk ‘kledingstuk’ -> Duits dialect Jürtje ‘jurk die men bij baby's over de luier legt’; Russisch dialect žúrka ‘japon van meisjes en vrouwen’; Indonesisch yur(e)k ‘kledingstuk’; Sranantongo yorki ‘kledingstuk’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

jurk kledingstuk 1691 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut