Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

jullie - (voornaamwoord)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

jullie vnw. 3e pers. mv.
Als persoonlijk voornaamwoord: nnl. Jullie kennen allenmijne arrestanten! [1841; WNT Supp. arrestant], zeg, vroûtjes, wille jullie wel na hûis gaan, je arepele brande an [1882; WNT verdijd]. Als bezittelijk voornaamwoord: nnl. om voor jullie pleizier, jan domie! weer op te staan [1844; WNT uitbulderen]. Wellicht al ouder, gezien de vorm jully die in 1741 (Scholtz 1954) in het Afrikaans is geattesteerd (huidige vorm julle). Een vermoedelijke voorloper is ju lieden in mnl. gheeft ende men sal ju lieden gheven [1440-60; MNW-R].
Een relatief jong persoonlijk en bezittelijk voornaamwoord, dat vanuit de Noord-Nederlandse spreektaal in de standaardtaal is opgenomen. Twee processen spelen een rol in het ontstaan van jullie. Enerzijds verdween in de Middelnederlandse periode het voornaamwoord du voor de 2e persoon enkelvoud, waardoor er in de 2e persoon geen onderscheid meer werd gemaakt tussen enkelvoud en meervoud; voor beide gebruikte men gi, nnl.gij, in de onverbogen vormen en → u in de verbogen vormen, met in het Hollands de klankvarianten ju, juwe, nnl.jou voor u, uwe en later ook → jij voor gij. Anderzijds bestond al vroeg in het westelijke Middelnederlands de mogelijkheid om in alle naamvallen alle meervoudige voornaamwoorden uit te breiden met liede(n), bijv.: mnl. vor ons leden ‘voor ons’ [1263; CG I, 79], hem lieden ‘aan hen (datief meervoud)’ [1237; CG I, 31], te haerleder beder vrien eghindome ‘als hun beider vrij bezit’ [1280; CG I, 537], dat haerlieder molen deren mach ‘dat hun molen tot last kan zijn’ [1297; CG I, 2360], van al huen lieden ‘van hen allen’ [1290-1310; MNW-R], gi liede, u liede(n) ‘jullie’ [1300-50; MNW-R], ju lieden (zie hierboven).
De vormen met -lieden in de 1e en de 3e persoon en die met gij en u bleven in de zich ontwikkelende standaardtaal nog tot in de 19e eeuw in gebruik maar behoorden steeds meer tot de verheven taal, terwijl er dialectisch vele varianten van ontstonden. Jij en jou en het onbeklemtoonde je en hun verlengde vormen met -lieden en nevenvorm -lui bleven daarentegen lang uitsluitend tot de spreektaal behoren; de ontwikkeling van vormen en gebruik is daardoor moeilijker te reconstrueren. In de 17e t/m de 19e eeuw worden sporadisch vormen aangetroffen als jy luy [1616, bij Hooft; WNT stok], juyluy [1709; Kloeke 1941], joului [1752-77; Kloeke 1941, 169], je lui [1775; WNT Aanv. capricieus] (alle als zinsonderwerp). De gangbare opvatting is dat uit deze vormen jullie is ontstaan, door achtereenvolgens verschuiving van de klemtoon van tweede naar eerste lettergreep, verzwakking van -lui tot -lie, en aanpassing van de spelling aan de uitspraak. Meer in het bijzonder gaat men uit van jijlui (FvWS, Verdenius 1942) of van joului (Kloeke 1941), welke laatste vorm oorspr. als meewerkend of lijdend voorwerp werd gebruikt. Hoewel dit zeker mogelijk is, bestaat er een eenvoudiger verklaring. De frequentste vorm in de 18e- en 19e-eeuwse Noord-Nederlandse spreektaalweergave is volgens het WNT-corpus je lui, jelui; dat is begrijpelijk: ook je is immers in de spreektaal frequenter dan jij en jou, net zoals de spreektaalvormen bij andere persoonlijke voornaamwoorden, bijv. we versus wij en ze versus zij; lui is de Hollandse spreektaalvariant van lieden. Er zullen ongetwijfeld veel meer spreektaalvarianten hebben bestaan, met een grote regionale verscheidenheid, zoals die ook bij wijlieden/onslieden, gijlieden/ulieden en zijlieden/hunlieden is opgetekend (zie WNT); het huidige standaardtalige jullie kan niet onafhankelijk van deze vormenrijkdom zijn ontstaan. Zo kan de substandaardvorm hullie ‘zij (mv.)’ verklaard worden uit hunlieden door assimilatie -nl- > -ll- en uitval van de -d- tussen klinkers (-lieden > -lieë > -lie); vervolgens kunnen door analogiewerking zullie ‘zij (mv.)’ [18e eeuw, Den Haag; Kloeke 1938, 29] en ook jullie zijn ontstaan. Zelfs vrullie = vrouwlieden komt voor. De klemtoon in jullie ligt nu op de eerste lettergreep omdat er onderscheid moest worden gemaakt tussen de voornaamwoorden met -lieden, -lui. Wrsch. zal zelfs in de conservatieve voornaamwoorden wijlieden etc. de hoofdklemtoon dikwijls op de eerste lettergreep zijn gelegd.
Volkomen vergelijkbaar met de Nederlandse ontwikkeling is de tendens die zich in de hedendaagse spreektaal van de Engelstalige landen aan het voltrekken is. Van het persoonlijk voornaamwoord you ‘jij, jullie’ verschijnen onderscheidende meervoudsvormen als you people (vooral Brits-Engels), you guys (vooral Amerikaans- en Australisch-Engels) en you all.
Lit.: G.G. Kloeke (1938), ‘Haagse volkstaal uit de achttiende eeuw’, in: TNTL 57, 15-56; G. Kloeke (1941), ‘Over jullie en enige andere pronomina’, in: NTg 35, 161-170; A. Verdenius (1942), ‘Over het voornaamwoord jullie’, in: NTg 36, 249-255; J. du P. Scholtz (1954), ‘Die Geskiedenis van die Persoonlike en Besitlike Voornaamwoorde in Afrikaans’, in: Tydskrif vir Wetenskap en Kuns, april 1954, herdrukt in Taalhistoriese Opstelle, Pretoria 1963; S. Aalberse (2004), ‘Waer bestu bleven? De verdwijning van het pronomen “du” in een taalvergelijkend perspectief’, in: Nederlandse Taalkunde 9, 231-252; A. van Loey (1958), ‘Over pronomina van het type wijlieden’, in: Album Edgard Blancquaert, Tongeren, 319-322

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

jullie* [pers. vnw.] {1601-1700} samengetrokken uit de samenstelling van jij, jou (vgl. gij) in meervoudig gebruik + lui (vgl. zullie). De vorm jullie is hollands, naast de zuidelijke vormen gij en u, en werd in het noorden in de formele schrijftaal gebruikt.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

jullie voornw., hetzelfde als jelui, waarvan de verklaring niet vaststaat. Men gaat uit van jou-lui (Kloeke, Deftige en Gemeenzame taal 9 vlgg. en NT 35, 1941, 161-170), waarbij dan het uitgangspunt de possessief- en objectieve vormen van het pron. pers. zijn. Anders weer Heeroma Ts. 57, 1938, 80-2 die voor jullie wil uitgaan van een Zuid-Holl. julie (naast joelie, jollie in N-Holl.). A. A. Verdenius NT 36, 1942, 249-255 verkiest ontstaan van jullie < jijlui (dat nog tot in de 19de eeuw in Holland leefde), waarvan het gebruik groter werd, toen jij de vorm voor het enk. geworden was. Van Haeringen Suppl. 78 acht het mogelijk dat de ontwikkeling verliep van jî-lui over *jillui, jillie > jullie.

Een kaart voor de dialectische vormen geeft K. Heeroma, Taalatlas van Oost-Nederland Nr. 18.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

jelui vnw. Voor je- zie gij, voor -lui zie lieden.

jullie vnw. = jelui.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

jullie. Wegens het begin-accent is het beter van jij (eventueel *) + lui uit te gaan dan van jelui: via tussenvormen als *jillui, *jillie kan dan jullie zijn ontstaan. Niettegenstaande het ontbreken van zulke tussenvormen in de overlevering is zulk een grondvorm waarschijnlijker dan de door Kloeke Deftige en Gemeenz. taal 9 vlgg. veronderstelde ontwikkeling uit joului (vgl. gullie in zuidel. diall.). Wel toont het ald. als parallel aangevoerde vrullie, vrollie e.d. < vrouw lui, dat -lie niet vla. ie < germ. iu (zie bij lieden) behoeft te hebben, maar in ongeaccentueerde positie uit de holl. vorm -lui (in jelui bewaard) kan zijn verzwakt.
[Aanvullingen en verbeteringen:] Anders over de verhouding tussen -lie en -lui (-lie de vanouds holl. vorm) Heeroma Holl. Dialektstudies 117, vgl. ook ald. 92 vlgg.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

julle: pers. en bes. vnw. 2e pers. mv. – jul/(veroud. dial.) jille – , verhouding jillejulle soos by hillehulle (q.v.); die ontw. v. julle (ouer (jullie) loop min of meer parallel m. dié v. hulle, behalwe vir sover daar meningsverskille bestaan oor die skakelrol v. jelui en joului (v. Scho, soos by hulle; Kloe HGA 156, 297-301, 350 en WAT– by Trig nog julluij, v. lRo T DLT 241); v. standpunte by dVri J NEW.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

jullie ‘persoonlijk voornaamwoord’ -> Indonesisch yuli ‘persoonlijk voornaamwoord’; Chinees-Maleis yeli ‘persoonlijk voornaamwoord’; Petjoh goelie, joelie, jelui ‘persoonlijk voornaamwoord’; Negerhollands jen, jin, jinǝ, jini, jellie ouder: jender ‘persoonlijk voornaamwoord’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

jullie* persoonlijk voornaamwoord 1601-1700 [Franck/Van Wijk, Etym. wrdb.]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut