Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

jou - (voornaamwoord)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

jou vnw. 2e pers. ev. objectvorm
Eerst alleen meervoud: onl. reslāt alla iu ‘hij vernietigt u allen ’ [10e eeuw; W.Ps.]; mnl. wie doen ju te wetene ‘wij laten u (mv.) weten’ [1274; CG I, 265], vie doen jou allen tewetene, dat ‘wij laten u allen weten, dat’ [1282; CG I, 202]; dan vnnl. ook enkelvoud. in iou ghebrúken de Hollanders ende mear ander als zy zegghen Ic hebt iou ghegheven voor ic hebt ù gheghéven ‘jou gebruiken de Hollanders en ook anderen, wanneer zij zeggen: ik heb het jou gegeven, in plaats van: ik heb het u gegeven’ [1550; Lambrecht].
Persoonlijk voornaamwoord voor de tweede persoon, objectvorm, oorspr. alleen meervoud. De Germaanse vorm laat zich bij een vergelijking met de overige Indo-Europese persoonlijke voornaamwoorden voor de tweede persoon meervoud in de verbogen naamvallen moeilijk verklaren.
Ju is oorspr. een westelijke variant van Middelnederlands → u, de verbogen vorm van het persoonlijk voornaamwoord gi, ghi ‘jullie’; in de functieontwikkeling van gi, ghi van ‘jullie’ (meervoud) naar ‘jij, jullie’ (zowel enkel- als meervoud) ging de verbogen vorm u, ju mee. U was in de geschreven taal vele malen gebruikelijker dan ju en bleef ook in de westelijke taal de enige vorm. Naast gi, ghi bestond in Holland de onverbogen vorm → jij (zij het pas laat op schrift) en daarbij kon ju zich aansluiten. Inmiddels vond in een groot deel van het Nederlandse taalgebied de overgang plaats van -u in de auslaut naar -ou, waardoor de vorm jou ontstond. De voornaamwoorden jij en jou gingen vervolgens samen verder in hun functieontwikkeling, waardoor jou nu uitsluitend de verbogen vorm is van jij.
Os. eu, iu (mnd. , iuwe); ohd. iu (datief), iuwih (accusatief) (samengevallen in mhd. iu(ch), nhd. euch); ofri. jo, ju, iu, iuwe, iwe (nfri. jo); oe. ēow, īow (datief + accusatief) (samengevallen in me. yow; ne. you); on. yðr (< *iðwiR; nzw. eder (vero.) > er); got. izwis; < pgm. *izwiz, in het West- en Noord-Germaans met dissimilatie.
Voor pgm. *-wiz is samenhang mogelijk met Latijn vōs etc. (zie → gij). Misschien is *izwiz door dissimilatie ontstaan uit een geredupliceerde vorm *wiz-wiz.
Lit.: J. Lambrecht (1550), Nederlandsche spellijnghe, Antwerpen (herdruk 1882, Gent)

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

jou*, jouw [voornaamwoord] {jou(w), ju, iu 1330} ingveoonse (kust)vormen uit westgermaans iuw-, waaruit ook de zuidelijke vormen u en uw afkomstig zijn, die in de schrijftaal de voorkeur kregen.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

jou, jouw vnw., evenals nnd. jou, ju en ne. you ‘inguaeoonse’ vormen naast u en uw.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

jou, jouw vnww. Vormen uit ’t holl. e. a. dialecten, in oorsprong = u, uw.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

jou, jouw. In uitdrr. als jou ondeugd, jou schelm is jou wsch. niet de onder jouwen genoemde interj. jouw, maar het bez. vnw. Kern Tschr. 46, 45 vlgg., 156.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

jou 1 voornw., accus. en dat. van jij: z. u.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

jouw: veel gebruikt op plaatsen waar in AN ’je’ gezegd of geschreven zou worden. Zorg dat je stevig in je schoenen staat, dan maak je jouw toets goed (Rappa in A&P 1981: 3). Gefeliciteerd, lieve moeder Rita namens jouw dochters Cheryl en Rubia (WS 3-9-1983, in adv.). - Etym.: In AN alleen gebr. als het woord nadruk heeft.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

jou* persoonlijk voornaamwoord 1330 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut