Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

jokken - (liegen)

Etymologische (standaard)werken

Diverse auteurs (2011-), Etymologiewiki

Het eerste citaat van jokken uit het Etymologisch woordenboek van het Nederlands is een bijbeltekst, naar Genisis 26:8. Ter vergelijking volgen hieronder enkele citaten uit oude bijbelvertalingen:

  • Ende hi sach ysaac spelen met rebecca sinen wiue [1477; Delftse bijbel]
  • ende wert ghewaer, dat Isaac boerde met sinen wiue Rebeca [1542; Liesveltbijbel]
  • ghemerct, dat hy boerde met Rebecca sijnder huysvrouwen [1548; Leuvense bijbel]
  • ende wert ghewaer dat Isaac schertzede met synen wijue Rebeca [1562; Deux-Aesbijbel]
  • ende hy sach, dat, siet, Isaac was jockende met Rebecca sijne huysvrouwe [1637; Statenvertaling]
  • ende wiert gewaer, dat Isaac schertzede met sijnen wijve Rebecca [1648; Lutherse vertaling]

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

jokken ww. ‘liegen’
Mnl. jocken ‘dollen, stoeien’ in dat Ysaac jockede ende foelde mit Rebecca, sijn wijf ‘dat Jacob stoeide en schertste met zijn vrouw Rebecca’ [1458; MNW-P], jocken ‘schertsen, dollen’ [1477; Teuth.]; vnnl. jocken ‘liegen’ [1635; WNT]. Ouder, maar weinig aangetroffen is de vorm mnl. jokeren ‘schertsen’ [1350-1410; MNW jokeren].
Ontleend aan Latijn iocārī ‘schertsen’ of te beschouwen als afleiding van het Middelnederlandse zn. joc ‘grap, spel’ [1477; Teuth. boerde], dat is ontleend aan Latijn iocus ‘grap, (liefdes)spel’, waarvan iocārī een afleiding is. Deze Latijnse woorden zijn op Indo-Europees niveau wrsch. verwant met ohd. jehan ‘zeggen’, zie → biecht. Zie ook → joker en → jojo.
De normale betekenis van jocken in het Middel- en Vroegnieuwnederlands was ‘schertsen, grappen maken, gekheid maken’. Afhankelijk van de context kon hiermee misschien ook eufemistisch ‘liefkozen’ worden bedoeld: de oudste vindplaats is een bijbelcitaat waarvoor de Statenvertaling in 1637 nog steeds schrijft Isaak was jockende met Rebecca sijne huysvrouwe (Genesis 26:8), terwijl in 20e-eeuwse vertalingen op deze plaats meestal minnekozen staat en in de Nieuwe Bijbelvertaling (2004) liefkozen. De betekenis ‘gekheid maken’ verouderde in de 19e eeuw, ten gunste van de hieruit via ‘iemand voor de gek houden’ ontwikkelde betekenis ‘liegen’. Deze betekenis verschijnt al eerder in de afleiding jock ‘leugen’: dije scandelicke jocken ‘jouw schandelijke leugens’ [1511; WNT]. Het woord blijft tegenwoordig in het algemeen beperkt tot de communicatie met kinderen.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

jok [scherts] {jock [grap, scherts, onaardige grap] 1477; in de betekenis ‘leugen’ 1511} < latijn iocus [scherts, grap] (vgl. jeu2, joke).

jokken [schertsen, liegen] {jocken [schertsen] 1477; de betekenis ‘liegen’ 1635} afleiding van latijn iocus [scherts, grap].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

jokken ww., bet. oorspronkelijk ‘schertsen’; de woorden jok en jokken komen eerst omstr. 1500 op, vgl. ne. joke ‘scherts, schertsen’, nhd. jucks, dial. beiers joks, alle ontleningen < lat. jocus ‘scherts’, uit de taal van latijnkundige klerken of studenten.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

jok znw., jokken ww., sedert ± 1500. Ook Teuth. jock resp. jocken. De oudere bet. in ’t Ndl. is alleen “scherts, schertsen”, zoo ook in den Teuth. Evenals eng. joke, to joke “scherts, schertsen”, hd.-nd. jucks m., ndl. dial. (beierl.) joks “scherts” ontl. uit lat. jocus “scherts”, jocâri “schertsen”, wsch. door bemiddeling van de Latijn-leerende jongelui. Het ww. ndl. jokken enz. kan ook een denominatieve formatie zijn.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

jok m. (scherts), gelijk Eng. joke en Hgd. jucks, van Lat. jocum (-us) = spel, scherts. Voor jok = werktuig, z. juk.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

jokken 1, ww.: een kaartspel. Afl. van jok ‘boer’, vgl. het spel ‘schoppenboer jagen’? Of het ww. jokken ’liegen’, vgl. het kaartspel liegen?

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

jokken (jokte, heeft gejokt), idem, liegen. Waar was je, Nohar? - Ik sliep. - Je jokt. Je moet me gehoord hebben, want ik heb lang en hard geklopt (Vianen 1971: 19). - Etym.: In AN is j. i.h.a. een kinderwoord. In SN is het algemeen, vaak gebr. als men het zware ’liegen’ wil vermijden.
— : jokken voor, 1. liegen tegen. Als ik kom, onverwachts en helemaal uit de Vereenigde Provinciën, dan tref ik mijn plantage* aan zoals hij is. Geen valse papieren, geen leugenarij, niemand krijgt kans om voor me te gaan jokken! (Cairo 1982: 365). - 2. liegen over. () maar toen ik lang ziek was kwamen ze elke week naar me kijken, ze brachten eieren mee en melk, ik zal niet voor ze jokken, want het zijn heel aardige mensen (Clara E. Colli volgens Van Westerloo & D. 9). - Etym.: Zie voor*. - Syn. van 1 en 2 liegen* voor.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

jokken (van Latijn iocus)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Jok, jokken (schertsen) van ’t Lat. jocus = spel, scherts.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

jokken ‘liegen’ -> Fries jokje ‘liegen’; Sranantongo yoku ‘liegen’; Surinaams-Javaans yokuk ‘liegen’ .

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

jokken liegen 1635 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal