Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

jodium - (scheikundig element)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

jodium zn. ‘scheikundig element (I)’
Nnl. iode ‘jodium’ [1822; WNT Aanv. jood II], iodium, iodine, iode [1831; WNT Aanv.], jood [1860; WNT Aanv.], vanaf de tweede helft van de 19e eeuw meestal geschreven met j-.
Overgenomen uit Neolatijn iodium, gevormd met het achtervoegsel -ium zoals dat in de meeste wetenschappelijke namen van scheikundige elementen voorkomt, bij de stam iod- van de Engelse naam iodine. Deze Engelse naam werd in 1813 door de Britse scheikundige Sir Humpry Davy (1778-1829) gegeven aan het in 1811 door de Franse salpeterfabrikant Bernard Courtois (1777-1838) bij toeval ontdekte nieuwe element. Engels iodine is gevormd met het in het Engels voor deze groep elementen gebruikelijke achtervoegsel -ine op basis van Grieks ioeidḗs ‘violetkleurig’, vanwege de paarse kleur van jodiumgas. Het Griekse woord is gevormd uit de bloemnaam íon ‘viooltje’ en het woordelement -eid- ‘gelijkend op’.
De lichtere elementen uit de halogeengroep worden in het Nederlands meestal zonder -ium aangeduid, zie → fluor, → chloor en → broom, maar jodium is gebruikelijker dan het achtervoegselloze jood, wrsch. vanwege de homonymie met de persoonsaanduiding → jood. De meeste andere Europese talen hebben de Franse, in 1814 door de Franse scheikundige Louis-Joseph Gay-Lussac (1778-1850) voorgestelde naam iode overgenomen, bijv. Duits Iod, Spaans yodo, Russisch jod.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

jodium [chemisch element] {1847} < modern latijn jodium, gevormd door Joseph-Louis Gay Lussac (1778-1850) van grieks ioeidès [violierkleurig], van ion [violier] + eidos [uiterlijk]; bij verhitting ontstaat een violette damp.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

jodium znw. o.; deze chemische stof werd in 1811 door Courtois in de as van zeetang ontdekt en door Gay-Lussac genoemd naar gr. iṓdēs ‘violet’, daar bij verhitting zich een violette damp ontwikkelde.

Thematische woordenboeken

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Jodium (J, 53). (Gr. ἰώδης (iôdês) = violet). In 1811 ontdekt door Courtois (1777—1838) in de moederloog van de as van zeewieren in Normandië. De elementaire natuur ervan werd vastgesteld in 1814 door Daνy (1778—1829) en Gay-Lussac (1778—1850). De laatste stelde den naam iode voor wegens de violette kleur van den damp.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

jodium ‘chemisch element’ -> Indonesisch yodium ‘chemisch element’; Madoerees yōdiyūm ‘chemisch element’; Menadonees yudium ‘chemisch element’; Japans yōjūmu ‘chemisch element’; Saramakkaans jódion ‘chemisch element’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

jodium chemisch element 1834 [WNT vereenigen] <modern Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal