Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

jobhopper - (iemand die regelmatig van baan verwisselt)

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

jobhopper (Engels job hopper)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

jobhopper iemand die regelmatig van baan verwisselt 1994 [De Coster 1999] <Engels

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

jobhopper (← Eng.), beoefenaar van het jobhopen*.

De overstap naar een nieuwe werkgever kan de klim langs de maatschappelijke ladder versnellen. Maar op de oude dag blijkt de job hopper plots voor een onaangename verrassing te staan: een laag pensioen. (Elsevier, 19/02/94)
Een kwart van de respondenten zei nog nooit van werkgever veranderd te zijn, en van de rest was 70 procent niet meer dan tweemaal van bedrijf veranderd. Een beeld dus dat een beetje contrasteert met het imago van de dynamische ‘jobhopper’ die regelmatig nieuwe uitdagingen zoekt, en daarbij even makkelijk van bedrijf veranderd als van onderbroek. (De Morgen, 25/04/97)
Eerder doet de omgekeerde opvatting opgeld en wordt door alle opgeklopte verhalen over flexibiliteit op de arbeidsmarkt de indruk gewekt dat Nederland bestaat uit een land van ‘job-hoppers’, lieden die van de ene baan naar de andere springen. (Elsevier, 29/11/97)
De zes mannen en één vrouw, die bij jaarlijkse toerbeurt staatshoofd worden, zijn niet bepaald jobhoppers. (Elsevier, 28/03/98)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut