Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

jersey - (nauwsluitend tricot; zeker weefsel)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

jersey zn. ‘nauwsluitend tricot; zeker weefsel’
Nnl. jersey ‘nauwsluitende, gebreide bovenkleding’ [1889; Sanders 1995], “nauwsluitend sporthemd van fijne wol, voor roeiers” [1907; Koenen], later ‘zachte, machinaal gebreide stof’ [1912; Sanders 1995].
Ontleend aan Engels jersey ‘trui, nauwsluitend tricot’ [1836-48; OED], eerder al ‘wollen weefsel, breisel’ [1603; OED], ouder iarnsey (worsted) ‘(wollen breisel) van Jersey’ [1583; OED], genoemd naar het eiland Jersey, een van de Britse kanaaleilanden, waar het produceren van gebreide wollen kledingstukken lange tijd een van de belangrijkste bronnen van inkomen was.
De nauwsluitende jersey werd in Engeland oorspronkelijk vooral gedragen bij allerlei sporten, maar werd later ook populair als dameskledingstuk. De tegenwoordig machinaal gebreide stof jersey kan nu ook van katoen of kunststof zijn.
Lit.: Sanders 1995

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

jersey [gebreide kleding] {1889} < engels jersey, genoemd naar de plaats van herkomst, het Kanaaleiland Jersey.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

jersey znw. v. ‘nauwsluitend gebreid buis als sportkleding’, ook ‘geweven japonstof van tricotachtig uiterlijk’ < ne. jersey, genoemd naar het Kanaaleiland Jersey.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

jersey s.nw. (geselstaal) Ook jersie.
Trui.
Uit Eng. jersey (1836 - 1848).
Eng. jersey na Jersey, die eiland waar die gebreide kledingstukke oorspr. vandaan kom.
Ndl. jersey (1889).

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

Jersey: bep. beesras; via Eng. Jersey na die Kanaaleiland Jersey waar dié ras veral geteel is.

jersie: “tekstielstof; trui” (WAT); via Eng. jersey (v. Jersey), nou ook in Ndl. (dVri J NEW).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

jersey (Engels jersey)

E. Sanders (1995), Geoniemenwoordenboek, Amsterdam

jersey (uit het Engels) gebreide bovenkleding (1889); rundveeras (1910); machinaal gebreide stof (1912)

Jersey is het grootste en meest zuidelijke van de Britse Kanaaleilanden. Het ligt slechts 24 km van de kust van Normandië. De bewoners komen dan ook van oorsprong uit Frankrijk en Frans is op Jersey de officiële taal. Wel verstaat iedereen Engels, want Jersey maakt al sinds eeuwen deel uit van de Britse Eilanden (maar niet van het Verenigd Koninkrijk, een subtiel staatkundig verschil).
Op Jersey werd eeuwenlang fanatiek gebreid. In het Engels is jersey sinds de 16de eeuw een begrip voor (een breisel van) fijne kamwol. Vooral de gebreide kousen — Jersey stockings — hadden een grote naam. Ook Nederlandstalige naslagwerken maken hier al vroeg melding van. Zo schreef Van Hoogstraten in 1733: ‘De inwoners [van Jersey] [...] zyn oorspronkelyk van de Normannen en Britten, spreken bedorven Fransch, en dryven groten koophandel met koussen: want de wol valt hier seer fyn en wit.’
In de 19de eeuw werd jersey internationaal een begrip. Er werden nauwsluitende truien mee aangeduid, met korte of lange mouwen, die aanvankelijk alleen werden gedragen als sportkleding, vooral bij tennis, roeien en voetbal. Later raakten deze jerseys ook in de mode als vrouwenkleding. Dit was mede te danken aan de actrice Lillie Langtry (1852-1929). Zij was geboren op Jersey, getrouwd met een diplomaat, en minnares van de prins van Wales (later Edward VIII). Haar promotie van jersey leverde haar de bijnaam ‘The Jersey Lily’ op.
Sinds het begin van de 20ste eeuw wordt jersey tevens gebruikt voor een zachte, machinaal gebreide stof. Aanvankelijk werd die van wol gemaakt, later ook van katoen, nylon, rayon en andere synthetische draden. In de jaren twintig was jersey de meest modieuze stof; er werden jurken en mantelpakjes van gemaakt.
Op Jersey waren de breinaalden inmiddels vrijwel geheel tot stilstand gekomen. De inwoners wisten echter een goede boterham te verdienen aan de uitvoer van wat eerst jerseyvee (1910) werd genoemd, en later kortweg jersey: grote zware melkkoeien die in Engeland en de Verenigde Staten zeer geliefd waren. Tegenwoordig staat Jersey vooral bekend als belastingparadijs.

Engels jersey (1583); Duits Jersey (20ste eeuw); Frans jersey (1666 [laken]; 1881 [trui]; 1889 [uit één draad gebreide stof]).

Hoogstraten Groot alg. hist. wdb. 4 (1733) 96; Kath. ency.1 14 (1936) 526 (jerseyvee); Schoeffler & Gale Esquire’s Ency. of 20th Century Men’s Fashions (1973) 350; O’Hara Mode ency. (1989) 120, 137; Rey-Debove Dict. des anglic. (19902) 452; Pfeifer Etym. Wtb. d. Deutschen (19932) 597; OED (19932).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

jersey gebreide kleding 1889 [Sanders 1995] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut