Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

jenever - (brandewijn uit graan en jeneverbessen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

jenever zn. ‘brandewijn uit graan en jeneverbessen’
Mnl. genuuere ‘jeneverbes’ [1240; Bern.], jenueuer ‘id.’, verkleinwoord ienueuerkine, genouerkine, ook in samenstellingen als genueuuerbome, ienouerboem ‘jeneverstruik’, ienouer blat ‘blad van de jeneverbes’ [alle 1287; CG II, Nat.Bl.D], in later mnl. vooral genever en jenever; dan vnnl. genever ‘jeneverbrandewijn’ [1606; van der Sijs 1998], ook jenever.
Ontleend aan het Oudfrans, ook nog in diverse vormen, o.a. jenevre, geneivre, genoivre ‘jeneverbes, -struik’ [vanaf eind 11e eeuw; Rey], ontwikkeld uit Latijn iūniperus ‘jeneverstruik’ (ook Laatlatijn ziniperus, giniperus, geniperus). De verdere etymologie is onbekend, maar misschien houdt het eerste lid iūni verband met Latijn iuncus ‘bies, rus’, zie → junk, en met Oudnoords einir ‘jeneverstruik’ (nzw. en).
In het Middelnederlands was jenever, genever alleen de naam van de jeneverstruik en van de jeneverbes, waarvan de medicinale werking Van Maerlant in Der naturen bloeme al bekend was, zie de attestatie uit 1287. Brandewijn werd in de Middeleeuwen alleen gestookt van druiven en andere vruchten; sterke drank uit granen begint men in West-Europa pas in de 16e eeuw te produceren. Door toevoeging van jeneverbessen ontstaat dan jeneverbrandewijn ofwel jenever, dat eerst nog als medicijn gold, maar mede door de relatief lage prijs algauw ook een drank voor iedereen werd. De attestatie uit 1606 is tevens de oudste West-Europese vermelding van deze drank. De spellingen genever en jenever blijven lang naast elkaar bestaan, totdat uiteindelijk vanaf begin 20e eeuw jenever begint te overheersen. De uitspraak, oorspr. met /ž/ zoals in Frans genièvre, is inmiddels in het NN vernederlandst tot /j/. Het Nederlandse woord in de betekenis ‘jeneverbrandewijn’ is in diverse andere talen ontleend, bijv. Engels geneva [1706; OED], later verkort tot gin, door het Nederlands later weer ontleend als → gin; Zweeds jenever (vero.), genever [resp. 1734, ca. 1748; SAOB]; Duits Genever [1876]. Het Franse genièvre heeft naast de oorspr. betekenis ‘jeneverbes of -struik’ de betekenis ‘jeneverbrandewijn’ ontleend, met als oudste attestatie genevre ‘sterke drank, “geneverwater”’ [1762; Marin FN].
In sommige BN dialecten betekent jenever ‘aalbes’.
Lit.: Van der Sijs 1998, 136-139

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

jenever [alcoholische drank] {1672} vgl. middelnederlands genever, geniver, jenever, gengevar [jeneverbes, jeneverstruik] {1253} < oudfrans geneivre < vulgair latijn ∗jeniperus < latijn juniperus, wellicht van kelt. jeneprus [stekelig]; jeneverbessen worden toegevoegd aan de drank voor het aroma.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

jenever znw. m., mnl. geniver, genever, jeniever, jenewer ‘jeneverstruik’ geneivre < vulg. lat. *jeniperus voor lat. juniperus. — Zie ook: wakel.

Het nl. is in het eng. overgenomen; in 1706 vinden wij de vorm geneva, waaruit sinds 1774 als verkorting gin ontstaan is.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

jenever znw., mnl. geniver, genēver, jeniever, jenēwer (v.?) “jeneverstruik”. Uit een ouderen vorm van fr. genièvre, niet uit ofr. genoivre (< vulgairlat. *jiniperus, voor lat. jûniperus). Wellicht moeten we van verschillende fr. dialectvormen uitgaan. Mnl. ook al jeniverbēsie “jeneverbes”. Door dezen ontleenden naam werden oudnnl. vormen, overeenstemmend met ohd. wëhhaltar (nhd. wachholder) m. of andere namen van den juniperus, verdrongen.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

jenever. De vulgairlat. vorm beter *jeniperus.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

genever m., uit Fr. genièvre: z. jenever.

jenever m., Mnl. id., uit Ofra. genevre (thans genièvre), van Lat. juniperum (-us) = jeneverstruik, eigenlijk = jeugdbarend, van den stam van Lat. juvenis = jong (z.d.w.) en een afleid. van Lat. parere = baren (z. vaars).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

zjenever (zn.) jenever; Nuinederlands genever <1606>.

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

snevel, zn.: jenever. Samengetrokken uit sjenevel, zjenevel.

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

genevel, jenevel, snever, snevel, fnevel, zjenovel, zn.: jenever (alcoholische drank < jeneverbessen). Met wisseling van de liquidae r/l naast Vlaams genever, jenever, (z)jeniver, dat daar ook ‘aalbes’ betekent. 1730 genevel, genever, 1739 genyver, 1816 genuyver, genijvel, Gent (LC). Via Pic. < Fr. genièvre < Lat. juniperus ‘jeneverbes’.

F. Debrabandere (2007), Zeeuws etymologisch woordenboek: de herkomst van de Zeeuwse woorden, Amsterdam

jeniver, janniver zn. m.: aalbes; jenever (alcoholische drank < jeneverbessen). Ook Ovl., Wvl. zjeniver. Via Pic. < Fr. genièvre < Lat. juniperus ‘jeneverbes’. De naamsverwarring is te verklaren door de gelijkenis van jeneverbessen en rode aalbessen. - Bibl.: W.A. Grootaers, De rode en de zwarte aalbes en hun semantisch verband. Hand. KCTD 11 (1937), 241-292.

F. Debrabandere (2005), Oost-Vlaams en Zeeuws-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de Oost- en Zeeuws-Vlaamse woorden, Amsterdam

genever (W), jenever (B), jeniver (ZV), genevel, geneuvel (W), jeneuvel (B), janniver (ZV), zjaneuvel, -euver, -uiver (W), zjanuvere (L), tsenuiver (G), zn. v.: aalbes; jenever (alcoholische drank < jeneverbessen). Ook Wvl. zjeniver. 1730 genevel, genever, 1739 genyver, 1816 genuyver, genijvel, Gent (LC). Via Pic. < Fr. genièvre < Lat. juniperus 'jeneverbes'. De naamsverwarring is te verklaren door de gelijkenis van de jeneverbessen en rode aalbessen. - Bibl.: W.A. Grootaers, De rode en de zwarte aalbes en hun semantisch verband. Hand. KCTD 11 (1937), 241-292.

A.A. Weijnen (2003), Etymologisch dialectwoordenboek, Den Haag

jenevers, (in ss.) jeneverbessen aalbessen (Frans-Vlaanderen, Zeeuws-Vlaanderen). Verwarring met mnl. jeniever ‘jeneverstruik’ « fra. genièvre ‘bep. alcoholische drank’ ‹ vulglat. ieniperus ‹ lat. iūniperus ‘jeneverstruik’.
HCTD XI 241-292, LB XVI 65-92, EW 183.

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

geniver, zn. m., uitspr. g = zj, z: aalbes. Via Pic. < Fr. genièvre < Lat. juniperus ‘jeneverbes’. De naamsverwarring is te verklaren door de gelijkenis van jeneverbessen en aalbessen. - Lit.: W.A. Grootaers, De rode en de zwarte aalbes en hun semantisch verband. Hand. KCTD 11 (1937), 241-292.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

jenewer: bep. st. drank; Ndl. jenever (Mnl. geniver/genever/jeniever/ jenewer, “jenewerstruik”), Eng. (vroeg 18e eeu uit Ndl.) geneva (later 18e eeu) gin; Ndl. uit Ofr. geneivre via Ll. uit Lat. juniperus – by vRieb nog genever as pln., sy ginje (d.d. 20.9.1660) het blb. betrekking op die drank.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

jenever (Frans genièvre)

N. van der Sijs (1998), Geleend en uitgeleend: Nederlandse woorden in andere talen en andersom, Amsterdam

jenever

Bij het destilleren bepaalt de herkomst van het zetmeel de soort drank. Als gezegd gebruikte men voor de brandewijn aanvankelijk wijn, dus gegist sap van druiven. Na druiven ging men ook andere vruchten gebruiken. De Joegoslavische šljivovica is op basis van pruimen vervaardigd, in Duitsland leveren kersen het Kirschwasser, in Frankrijk wordt van appelsap calvados gemaakt. Nog weer later ging men zetmeel van graan gebruiken. In Duitsland is hiervan voor het eerst in 1507 sprake. Sterkedranken op basis van graan zijn bijvoorbeeld wodka, whisky en onze jenever.

De jenever, die begin zeventiende eeuw een zeer populaire drank werd, werd gemaakt door aan korenbrandewijn jeneverbessen toe te voegen. Het succes van jenever was vooral te danken aan de prijs: brandewijn gestookt uit graan was veel goedkoper dan die uit wijn. Het woord genever, geniver, jenever komt sinds 1253 in het Nederlands voor in de betekenis ‘jeneverbes, jeneverstruik’ en is ontleend aan Oudfrans geneivre. De betekenis ‘sterkedrank’ bezit het volgens het al genoemde Jenever in de Lage Landen vanaf 1606. In dat jaar verscheen namelijk de tweede druk van het Water-boecxken, het welcke aenwijst, hoe men zeeckere edele ende seer goede spiritus [...] ende gedistilleerde oliën tot een yeder cranckheyt [...] met grooten nut sal moghen gebruijcken van Casper Jansz. Coolhaes (1536-1615). Deze Coolhaes was een Leidse predikant die wegens onrechtzinnigheid in de leer door de synode van Haarlem was afgezet en de kost verdiende met de productie en verkoop van allerlei medicinale wateren en brandewijn. In zijn boek waarschuwt hij tegen brandewijn die van slecht graan is gestookt en vervolgens wordt verkocht als ‘goed borst-water, longenwater, anijs, genever [...] ende kostelijcke kracht-wateren’. Wat voor zover mij bekend de eerste vermelding van genever is. De spelling genever is nog tot zeker eind vorige eeuw gebruikt naast jenever en komt nog steeds voor in merknamen. Aanvankelijk luidde de uitspraak van genever [zjenever], zoals in het Frans. Deze uitspraak is in de loop van de tijd vervangen door de spellinguitspraak [jenever].

Nog in de laatste druk van de Encyclopaedia Britannica staat dat de Leidse hoogleraar in de medicijnen Franciscus Sylvius (1614-1672) als eerste jeneverbessen met sterkedrank destilleerde om een goedkoop medicijn te maken met de diuretische, dus vochtafdrijvende eigenschappen van jeneverbesolie. Nu genever al in 1606 genoemd is, kan Sylvius echter onmogelijk als de uitvinder ervan beschouwd worden. Mogelijkerwijs heeft hij wel bijgedragen aan de verbreiding van de drank als medicijn. Hij trad hiermee overigens in een lange traditie, want de jeneverbes werd al vanaf de dertiende eeuw gepropageerd als medicijn en daarvoor dikwijls geweekt in aqua vitae.

In het Frans heeft genièvre ‘jeneverbes, jeneverstruik’, dat de oorsprong van ons jenever is, de betekenis ‘sterkedrank’ pas vanaf 1835; deze betekenis is vast en zeker geleend uit het Nederlands. Een Frans synoniem van genièvre is schiedam; de oudste vorm, uit 1842, luidde voluit genièvre de Schiedam. Schiedam vormde het centrum van de Nederlandse stookactiviteit, met als hoogtepunt 392 branderijen in de jaren 1881-1882. Geen wonder dus dat de naam ging staan voor ‘jenever’. In het Nederlands staat de afleiding schiedammer voor ‘onversneden jenever’ en de verkleinvorm schiedammertje voor ‘bodempje jenever dat nog in de fles zit als het glaasje van een klant is volgeschonken en dat hem gratis wordt verstrekt’.

Of Frankrijk nu wel of niet genièvre in de betekenis ‘jenever’ van ons heeft overgenomen, blijft onzeker. Over andere buurlanden bestaat echter geen twijfel. De Zweden spreken sinds 1734 van genever, een vorm die ook in het Deens gebruikt wordt. Verder zijn zowel Duits Genever als Engels geneva uit het Nederlands geleend. De oudste vindplaats in het Duits is Meyers Konversations-Lexikon van 1876, waar het beschreven wordt als ‘een vooral in Holland geliefde, tegenwoordig ook in Duitsland dikwijls met succes nagemaakte sterke brandewijn, die zijn uitmuntendheid dankt aan de bijzondere bereiding’. Het Duits kent ook als synoniem Schiedamer. In Groot-Brittannië is geneva al veel langer bekend, namelijk sinds 1706. De drank werd daarheen gebracht door Engelse soldaten die terugkeerden uit de Lage Landen. De spelling van het Engelse woord is beïnvloed door Geneva ‘Genève’. Er werd een in Nederland vervaardigde drank mee aangeduid, vandaar ook Hollands geneva (1714) en verkort Hollands (1788). Een andere naam was Schiedam (1821). In het Engels werd geneva verkort tot gin, waarmee een goedkope, in Groot-Brittannië geproduceerde drank werd aangeduid, een nabootsing van jenever waar meestal geen jeneverbessen aan te pas kwamen.

Het woord gin is net als brandy in een groot aantal talen overgenomen: Nederlands, Frans, Deens, Zweeds, Indonesisch, Italiaans gin, Duits Gin, Russisch džin, Pools dżyn, Fins gini. Het Nederlands heeft de namen voor de sterkedranken brandewijn en jenever dus naar de omringende landen gebracht, maar het Engels heeft ze vervolgens naar de rest van de wereld geëxporteerd.

Maar ook de Nederlandse vorm jenever heeft andere continenten gehaald. De Nederlanders namen sterkedrank mee op hun lange zeereizen naar Azië: op alle schepen van de Verenigde Oost-Indische Compagnie was sterkedrank aanwezig en de matrozen hadden dagelijks recht op een bepaald rantsoen. Zo leerde de plaatselijke Aziatische bevolking de geneugten van de drank kennen. Daarbij speelden niet altijd even edele motieven een rol. Ewoud Sanders citeert in zijn Borrelwoordenboek een pamflet van de Schiedamse jeneverstokers uit 1839, waarin zij onomwonden stellen dat jenever ‘een smakelijk dwangmiddel’ is in de handen van de zendelingen ‘om door goed voorbeeld onze koper- en koffijkleurige natuurgenoten tot het christendom over te halen’.

Het wekt dan ook geen verbazing dat het Indonesisch het woord jénéwer kent, en het Japans vroeger zeneifuru gebruikte; dit woord is nu overigens vervangen door het uit het Engels geleende jin. In het Singalees is het woord jenever niet geleend, maar wel heet een destilleerderij in het Singalees iskākaraya, een woord dat naar alle waarschijnlijkheid teruggaat op stokerij.

Het is duidelijk dat Nederland als exporteur van bier, brandewijn en jenever buitengewoon succesvol is geweest. Bij het nuttigen van deze dranken gaven de Nederlanders graag het goede voorbeeld. Soms deden ze iets té hard hun best reclame voor de eigen producten te maken. De gevolgen hiervan konden hun duur komen te staan. Dat ondervond de Nederlandse vice-admiraal Sebald de Weert aan den lijve. Toen hij zich tijdens een van de eerste ontmoetingen met de Srilankanen in 1603 totaal bezopen misdroeg, werd de koning van Sri Lanka zo boos, dat hij hem liet executeren. Het zal dus geen toeval zijn dat de Nederlandse woorden dronken en dronkaard door andere talen zijn overgenomen. Het Japanse dialectwoord doronken ‘dronken, dronkaard’ gaat terug op dronken, en zowel Engels drunkard als verouderd Frans dronquart zijn ontleend aan dronkaard. Het is onaannemelijk dat bij andere volkeren dronkenschap niet voorkwam, maar de Nederlandse variant ervan maakte kennelijk nogal indruk — voldoende om er een woord voor te lenen.

E. Sanders (1997), Borrelwoordenboek: 750 volksnamen voor onze glazen boterham, Den Haag

jen In 1992 voor het eerst gevonden, in de Grote Van Dale. Het gaat hier om een verkorting van ‘jenever’. Niet afkomstig uit de yuppietaal, zoals je zou denken, maar uit de volkstaal, aldus Van Dale. De vorming is vergelijkbaar met die van het Engelse gin uit geneva ‘jenever’.

C.H.Ph. Meijer (1919), Woorden en uitdrukkingen verklaard door Dr. C. H. Ph. Meijer, Amsterdam

Jenever, vroeger ook met g gespeld en in Brabant nog wel met de fransche g uitgesproken; naam van een gewas (nu meest in de samenstelling jeneverboom, -struik, lat. juniperus communis, jeneverbes), dan ook van een gedistilleerden, sterken drank, die geur en smaak dankt aan de jeneverbessen; de roode jenever is getrokken op zwarte aalbessen, trouwens in Zeeland en Z.-Ned. is jenever ook de naam voor de aalbessen, Mnl. geniver, genever, jeniever enz.; ontleend aan ’t fra. genièvre, uit lat. juniperus. Het volk maakte er wel Jan Ever van, en bij verkorting Jan (kouwe Jan).

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Jenever, van ’t Lat. juniperus (= jeugd brengend), de naam van den jeneverstruik.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

jenever, † genever ‘sterk alcoholische drank met jeneverbessen’ -> Engels gin ‘graanjenever’; Engels genever ‘sterk alcoholische drank met jeneverbessen’; Duits Genever ‘Nederlandse jeneverbesbrandewijn’; Duits Gin ‘Engelse graanjenever’ ; Deens genever ‘sterk alcoholische drank met jeneverbessen’; Deens gin ‘Engelse graanjenever’ ; Noors sjenever ‘sterk alcoholische drank met jeneverbessen’; Zweeds genever ‘sterk alcoholische drank met jeneverbessen’; Zweeds gin ‘Engelse graanjenever’ ; Fins gini ‘Engelse graanjenever’; Fins genever ‘alcoholische drank uit Nederland en België’; Frans gin ‘Engelse graanjenever’ ; Frans genièvre ‘sterk alcoholische drank met jeneverbessen’; Italiaans gin ‘Engelse graanjenever’ ; Portugees gim ‘Engelse graanjenever’ ; Pools dżyn ‘Engelse graanjenever’ ; Russisch džin ‘Engelse graanjenever’ ; Lets ženevērs ‘sterk alcoholische drank met jeneverbessen’ (uit Nederlands of Frans); Litouws džinas ‘Engelse graanjenever’ ; Grieks tzin /dzjin/ ‘Engelse graanjenever’ ; Maltees ġinn ‘Engelse graanjenever’ ; Turks cin ‘Engelse graanjenever’ ; Koerdisch cîn ‘Engelse graanjenever’ ; Perzisch jin ‘Engelse graanjenever’ ; Arabisch (MSA) al-jinn ‘Engelse graanjenever’ ; Indonesisch gin ‘Engelse graanjenever’ ; Indonesisch jenéwer ‘sterk alcoholische drank met jeneverbessen’; Ambons-Maleis jenéwer ‘Hollandse jenever’; Atjehnees jèn ‘Engelse graanjenever’ ; Javaans jenèwer ‘sterk alcoholische drank met jeneverbessen’; Kupang-Maleis jenéwer ‘sterk alcoholische drank met jeneverbessen’; Madoerees jenewer, jānewer, jānewēr, janewēr, jāniwēr ‘sterk alcoholische drank met jeneverbessen’; Menadonees jenéwer ‘sterk alcoholische drank met jeneverbessen’; Soendanees janewĕr ‘sterk alcoholische drank met jeneverbessen’; Ternataans-Maleis jenéwer ‘sterk alcoholische drank met jeneverbessen’; Japans jin ‘Engelse graanjenever’ ; Japans † zeneifuru ‘sterk alcoholische drank met jeneverbessen’; Papiaments yanefer, yènefer, zjenever ‘sterk alcoholische drank met jeneverbessen’; Sranantongo yaneifri (ouder: janefri) ‘sterk alcoholische drank met jeneverbessen’; Surinaams-Javaans jenèwer ‘sterk alcoholische drank met jeneverbessen’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

jenever alcoholische drank 1606 [Vd Sijs 1998, 137]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal