Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

jeans - (spijkerbroek)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

jeans zn. ‘spijkerbroek’
Nnl. eerst een geïsoleerde vindplaats in de spelling yeens ‘zekere stof’ [1784; Toll.]. jeans ‘zekere gekeperde katoenen stof’ [1917; WNT Aanv.], ‘broek van die stof gemaakt’ [1954; WNT Aanv.].
Ontleend aan Amerikaans-Engels jeans ‘broek van gekeperde katoenen stof’ [1843; OED], afleiding van jean ‘gekeperd katoen’ [1567; BDE], dat letterlijk betekent ‘van Genua’ en in de oudere vorm jene is ontleend aan Middelfrans Gênes ‘Genua (Noord-Italië)’.
De bedoelde stof, een sterke, half linnen, half katoenen stof, werd oorspr. uit Genua geïmporteerd en werd door de Genuezen zelf fustein genoemd. Toen Levi Straus in 1850 met de massaproductie van broeken van deze stof begon, werd jeans in de VS de gebruikelijke benaming van zo'n broek. Het woord was in de 20e eeuw vooral BN; in het NN was de samenstelling spijkerbroek gebruikelijker (zie → spijker), maar vooral in de handel en reclame spreekt men daar tegenwoordig ook meestal van jeans.
Lit.: Sanders 1996; P. Gorguet-Ballesteros (1994), ‘Origines du jeans’, in: Histoires du jeans, Paris

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

jeans [spijkerbroek] {yeens [gekeperde stof] 1784, jeans [spijkerbroek] 1961} < engels jeans < frans jean [weefsel] < oudfrans Janne(s) (frans Gênes [Genua] < latijn ianua [deur, opening, toegang, poort], van ianus (vgl. janitor); het weefsel kwam oorspr. uit deze stad.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

jeans s.nw.
Nousluitende broek van denim of gekeperde katoen, meestal as informele drag gedra.
Uit Eng. jeans (1843).
Eng. jean (1567) was oorspr. die naam vir die gekeperde katoenstof waaruit jeans gemaak word. Eng. jean uit Fr. Gênes 'Genoa'.
Ndl. jeans (1961).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

jeans (Engels jeans)

E. Sanders (1995), Geoniemenwoordenboek, Amsterdam

jeans (1784, uit het Engels) gekeperde katoenen stof (1784); spijkerbroek (1970)

Textielindustrie is nog altijd een van de pijlers van Genua’s economie. Die industrie dateert uit de middeleeuwen. Toen maakte deze Italiaanse stad, prachtig gelegen aan de Golf van Genua, naam door haar zijdeweverijen. In de 16de eeuw werd er op grote schaal goud- en zilverkant gemaakt, en in de 17de eeuw linnen kloskant.
Behalve kant en zijde produceerden de Genuezen fustein, een sterke, halflinnen of katoenen stof. Bij de Fransen stond Genua indertijd bekend als Janne(s) of Gênes. De Engelsen leerden de Genuese stof via de Fransen kennen. Zij verbasterden Gênes tot Jene of Gene en noemden de stof Jene fustian (1567) ‘fustein uit Genua’. De toevoeging fustein kwam al spoedig te vervallen en de spelling van ‘Jene’ veranderde langzaamaan in jean of jeanes. In het Nederlands is deze stofnaam voor het eerst aangetroffen in 1784, in de vorm yeens. De stof werd onder andere gebruikt als voering voor corsetten, pakken en schoenen.
Jeans in de betekenis broek is van veel jonger datum. Deze betekenis is in het Engels voor het eerst opgetekend in 1843. Niet lang daarna, omstreeks 1850, maakte Levi Strauss (1829-1902) in San Francisco de eerste broek, die wij nu onder meer kennen als blue jeans. Strauss gebruikte hiervoor denim (z.a.), een stof die hij met indigo blauw kleurde. Denim en jean(s) werden in het Amerikaanse spraakgebruik echter al snel min of meer gelijkgesteld.
Voor zover bekend werd jeans in de betekenis ‘spijkerbroek’ in Nederland pas in 1970 voor het eerst opgetekend — in het Jargonboek voor hippe en andere vogels. Minder hippe woordenboeken volgden schoorvoetend. Zo vermeldt Van Dale jeans pas sinds 1984.

Engels jeans (1567 [weefsel]; 1843 [broek]); Duits Jeans (20ste eeuw [broek]); Frans jean(s), blue-jean(s) (1959 [broek]).

Vergelijk jodphurs

JEANS: Craigie & Hulbert Dict. Amer. Engl. 3 (1942) 1337; Broersma Recht voor z’n raap (1970); Veen Etym. wdb. (1989) 372; O’Hara Mode ency. (1989) 118-120, 206; Rey-Debove Dict. des anglic. (19902) 69-70, 450; Vries & Tollenaere Etym. wdb. (199115) 183; Pfeifer Etym. Wtb. d. Deutschen (19932) 596; Grauls Uitvinders v.h. dagelijks leven 2 (1993) 57-63; OED (19932); Rey Dict. hist. langue franç. (19942) 235-236, 1068.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

jeans spijkerbroek 1954 [Aanv WNT] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal