Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

jap - (pejoratief voor Japanner)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

jap [pejoratief voor Japanner] {1926-1950} < engels Jap, verkorting van Japanese.

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

jap: 1) afkorting van Japanner (vooral tijdens de Tweede Wereldoorlog, en in het bijzonder doelend op de Japanse landstrijdkrachten). Deze strijdkrachten waren in soldatenslang ook bekend onder de verzamelnaam de Jap. Uit de Japanse bezetting van Indonesië dateert de zgn. jappengulden: de papieren gulden. Syn.: spleetoog*. Fransen gebruiken de termen jap en japanouille.

De Jappies op Soerabaja zijn pinter. (Nieuwe Rotterdamsche Courant, 25/11/1913)
Motten de Jappen dan iedere minuut een signaal krijgen waar wij ons bevinden?! (Jan de Hartog, Gods Geuzen, 1947-1949)
De Jappen hebben Pearl Harbor finaal in de poeier gegooid! (Piet Bakker, De slag in de Javazee, 1951)

2) (in Vlaanderen) een katholiek. Zie ook: japneus*.

Het verschijnen van De Gazet van Antwerpen werd niet door iedereen met gejuich begroet. Nog voor het eerste nummer op 3 november 1891 uitkwam, maakte ‘Het Laatste Nieuws’ het nieuwe katholieke dagblad uit voor Japgazet. Jap was de Zuidnederlandse scheldnaam voor katholiek. (Het Parool, 23/03/1991)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

jap pejoratief voor Japanner 1926 [WNT z.j.] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut