Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

jamsession - (spontaan samenspel van improviserende (jazz)musici)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

jamsession zn. ‘spontaan samenspel van improviserende (jazz)musici’
Nnl. jamsession van Nederl. amateurs [1938; Vaderland], jamsession ‘bijeenkomst van jazzspelers om vooral improviserend te musiceren’ [1952; Kramers II], jamsessie ‘id.’ [1988; Volkskrant].
Ontleend aan Amerikaans-Engels jam session [1933; OED], gevormd uit session (zie → sessie) en een eerste lid jam ‘korte geïmproviseerde passage van een jazzband’ [1926; OED], dat waarschijnlijk samenhangt met jam ‘gedrang’, afgeleid van het werkwoord jam ‘stevig drukken’, zie ook → jam. Voor het betekenisverband moet men wellicht denken aan musici die elkaar proberen te verdringen, m.a.w. met elkaar wedijveren (Chapman 1997).

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

jamsession [geïmproviseerde jazzuitvoering] {na 1950} < engels jam-session, van to jam [volproppen, samendrukken, improviseren bij jazz], een expressieve klanknabootsende vorming → jam2.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

jamsession geïmproviseerde jazzuitvoering 1957 [Enc. van de muziek] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut