Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

jaknikker - (iemand die overal mee instemt)

Etymologische (standaard)werken

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

jabroer

Een jabroer is de benaming welke men geeft aan een karakterloze beamer van iemands gevoelens, aan de man die nooit een eigen mening staande houdt, doch steeds met het inzicht van anderen instemt.

Taalgeleerden hebben zich afgevraagd of een jabroer een broer is die ja zegt, of een man die altijd: ‘ja, broer’ zegt. Aanvankelijk was men geneigd het eerste aan te nemen, maar wanneer men ziet dat in vroeger tijd ook de woorden jah eer en – sterker nog – jaschepen voorkwamen in de betekenis jabroer, lijkt het toch wel waarschijnlijk dat men daarmee mensen heeft bedoeld die op alles antwoordden: ‘ja, heer’, en ‘ja, schepen’.

In Zuid-Nederland gebruikt men de woorden amenzegger en amenist en ook jaknikker, een woord dat nu door de oliewinning een geheel andere betekenis heeft gekregen.

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1008. Een jabroer,

d.w.z. iemand, die geen eigen meening heeft, die altijd maar ja zegt en met alles instemt, een ja en amenzegger (17de eeuw), hd. ein Jabruder naast Jaäffe, Jaknecht, Jamensch. Bij Campen, 107: het is een guet Jae Broeder; Mergh, 87: hy is een goet ja-broeder; bij Sartorius II, 1, 52 een Ja heer genoemd (vgl. mhd. hd. Jaherr; zw. jaherre); zie verder C. Wildsch. III, 3: Zij (de vrouwen) tog verkiezen altoos een man van moed, boven een' zoetpraatend jabroêrtjen; Huygens, Korenbl. II, 514: Jan Ja-broer in den Schepenstoel, hy wijst naer alle stemmen gaen; Halma, 233: Jabroer, een onnozele bloed in eenige vergadering, un nigaud, un innocent dans quelque assemblée, qui va comme on le mène, qui opine du bonnet, qui est toujours de l'avis de celui ou de ceux qui ont parlé avant lui; Sewel, 367: Jabroer, one that will agree to any thing, a silly counselour that always consents tho what the other members of the board conclude. Dit laatste herinnert aan de door Kiliaen opgegeven woorden ia-heere, iae-man, iae-schepen, judex pedarius sive pedaneus; Vondel noemt hem een amenvaêr, en Tuinman I, nal. 11 een amenzegger. In Zuid-Nederland noemt men zoo iemand een jaknikker of een knikker. Zie Antw. Idiot. 600; De Bo, 468; Schuermans, 207; Claes, 99; Waasch Idiot. 355; Ndl. Wdb. VII, 63-64; Franck-v.-Wijk, 277.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut