Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

jakkes - (tussenwerpsel van afkeer)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

jakkes tw. van afkeer
Nnl. ah jakkes, ajakkes [1877; WNT ah], ook jakkie [1909; WNT].
Variant van jasses, waarvan een eerste datering niet valt te geven, omdat het in vele varianten op schrift verschijnt. Jasses is een verbastering van Jezus, als tussenwerpsel of vloek. Voorbeelden zijn: Jasus sy hadde daar sukke praat [1612; WNT jezus], Moôr Sjaesis, wat is dit! [1653; id.].

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

ajakkes [uitroep van tegenzin] {1889} net als ajasses een moedwillige verbastering van ah Jezus.

jakkes [uitroep van tegenzin] {1901-1925} verder verbasterd uit jaszes, verbastering van Jezus.

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

ajakkes

De mensen hebben kennelijk steeds behoefte aan krachttermen, aan woorden waardoor zij aan sterke gevoelens uiting kunnen geven. Wij spreken dan van vloeken, dat eigenlijk: jammeren betekent. Maar omdat vloeken onbehoorlijk is en wij toch lucht willen geven aan het gevoel van schrik, pijn, weerzin, woede dat ons bevangt, worden de vloeken verbasterd. Zo gebruikte men vroeger het woord Gans voor Gods: Gans doot, Gans lijden is eigenlijk: bij de dood, bij het lijden van God (Christus). Zulk een basterdvloek is ook: ajakkes, waarmee men zijn afkeer wil uitdrukken. In de vorm ajasses is de afkomst: ah, Jezus al duidelijker zichtbaar. Juist daarom is de vorm ajasses tot ajakkes vervormd. Er is een zinloos woord ontstaan, dat niet meer als vloek kan worden veroordeeld, maar waarvan de gevoelswaarde is gebleven.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

ajakkes, ajasses bastaardvloek ontstaan uit Ah Jezus.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

ajakkes, ajasses tusschenw. Bastaardvloeken ontstaan uit Ah Jezus!

jakkes tusschenw. Uit ajakkes.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

ajakkert, ajakkes, ajaszes tuss., vervormd uit ah Jezus: z. jemenie.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. du P. Scholtz (1961), Afrikaanse woorde en uitdrukkinge - eiegoed of erfgoed?, uitgegee deur Edith H. Raidt, in: Tydskrif vir Geesteswetenskappe, pp. 235-290

A (in kindertaal) snw. ontlasting, ww. jou gevoeg doen. In gelyke gebruik a-a, akka, akkie, akkies; by Boshoff 238 ook ekke. – Molema I: “Das a, of: a ba, tegen kleine kinderen om ze af te schrikken iets aan te raken, en zooveel als: dat is vuiligheid, waarmede men eigenlijk menschelijke excrementen bedoelt; a doun, in de kleinekinder-taal = zijn nood doen:” Dijkstra I: “Abá, interj., Fra. fi donc, ba, vies!... Dat bern hat abá dien (cacavit);” Corn. en Vervl.: “A, walgelijk vuil. A of a-a-doen, zijn gevoeg doen (in de kindertaal)” Vir die vorme met k vergelyk Dijkstra 19: “Ak! interj: uitroep van afkeer of walging... Ook akkeba, akkis!subst., vuil, drek. Dêr sit ak aan, ofbliuwe heur!;” Hoeufft i.v. akefietje: “Ake, een woord waarmede men de kinderen wil afschrikken van iets;” De Jager, Wdb. d. Freq., I.6: “tusschenwerpsel ake, by Tuinman ak en ekke, in ’t Neders. akke, voor iets dat walging of afkeur wekt;” Corn. en Vervl.: “Aak, walgelijk vuil. Aak doen, zijn gevoeg doen, in de kindertaal:” De Bo: Ekke. Men gebruikt dit woord om Etter, drek of andere walgelijke vuiligheid aan te duiden, en er tevens eenen afkeer van in te boezemen. Kind, raak dat niet aan, het is ekke”. As ons nog hierby Kiliaen: “Eck. Sax. Sicamb. j. ack. Pus, sanies “vergelyk, is dit die vraag of al die bowegenoemde woorde alleen as eufemistiese vervorminge van die bekende plat woord vir Lat. merda mag beskou word. Sien ook Teirlinck I. 61, i.v. ak en hieronder eit.

A (in kindertaal) snw. ontlasting, ww. jou gevoeg doen. In gelyke gebruik a-a, akka, akkie, akkies; by Boshoff 238 ook ekke. – Molema I: “Das a, of: a ba, tegen kleine kinderen om ze af te schrikken iets aan te raken, en zooveel als: dat is vuiligheid, waarmede men eigenlijk menschelijke excrementen bedoelt; a doun, in de kleinekinder-taal = zijn nood doen:” Dijkstra I: “Abá, interj., Fra. fi donc, ba, vies!... Dat bern hat abá dien (cacavit);” Corn. en Vervl.: “A, walgelijk vuil. A of a-a-doen, zijn gevoeg doen (in de kindertaal)” Vir die vorme met k vergelyk Dijkstra 19: “Ak! interj: uitroep van afkeer of walging... Ook akkeba, akkis!subst., vuil, drek. Dêr sit ak aan, ofbliuwe heur!;” Hoeufft i.v. akefietje: “Ake, een woord waarmede men de kinderen wil afschrikken van iets;” De Jager, Wdb. d. Freq., I.6: “tusschenwerpsel ake, by Tuinman ak en ekke, in ’t Neders. akke, voor iets dat walging of afkeur wekt;” Corn. en Vervl.: “Aak, walgelijk vuil. Aak doen, zijn gevoeg doen, in de kindertaal:” De Bo: Ekke. Men gebruikt dit woord om Etter, drek of andere walgelijke vuiligheid aan te duiden, en er tevens eenen afkeer van in te boezemen. Kind, raak dat niet aan, het is ekke”. As ons nog hierby Kiliaen: “Eck. Sax. Sicamb. j. ack. Pus, sanies “vergelyk, is dit die vraag of al die bowegenoemde woorde alleen as eufemistiese vervorminge van die bekende plat woord vir Lat. merda mag beskou word. Sien ook Teirlinck I. 61, i.v. ak en hieronder eit.

Thematische woordenboeken

P.G.J. van Sterkenburg (2001), Vloeken. Een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie, 2e druk, Den Haag

ajakkes, ajakkie, ajakkus. In de woorden ajakkert, ajakkes, ajaszes, ajasses is er sprake van een verbastering van de uitroep of verzuchting Ah! Jezus. Het woordenboek zegt van deze bastaardvloeken dat zij thans fungeren als uitroepen van tegenzin, van afkeer of walging. Zij worden vooral in zeer informele spreektaal gebezigd. In de jaren dertig van de 20ste eeuw is ajakkie gebruikt in het meisjesboek In gelijke pas van Nachenius Roegholt. De verkorte vorm jakkie is eveneens opvallend aanwezig in meisjesboeken uit bovengenoemde periode. Ik noem o.a. Els neemt de leiding van Ada van Oordt en Drie meisjes op een flat van Annie Smit. Ook ajakkes en jakkes blijken vooral in meisjesboeken voor te komen. Zo bijvoorbeeld in Loula Almerus van Truida Kok (circa 1910), Wereldkampioen (circa 1936) van Helen Balbian, Jessy en de anderen (jaren dertig) van Emmy van Lokhorst, De grote verandering (jaren dertig) van Ada van Oordt, De kleindochters van mevrouw Westlandt (vierde kwart 19de eeuw) van Truida Kok en in Fransje Elswoudt (1903), eveneens van Truida Kok. Ajakkert en ajakkes gelden als nog grotere verminkingen dan jazus, sjesis e.d. Zie ook harrejakkes en harrejassus. → jakkes, jakkie.

ajax. De hierboven besproken bastaardvloeken ajakkert, ajakkes, ajakkie of ajasses liggen niet op de hoogvlakte van de blasfemie. Ajax! is een grappig bedoelde substitutievloek en uitroep die waarschijnlijk geen enkele directe associatie heeft met de Griekse held van die naam. Dat tegenstanders van de gelijknamige Amsterdamse voetbalclub deze vloek bij voorkeur gebruiken om de supporters van die club te tarten, is nog nimmer statistisch onderzocht, laat staan bewezen.

jakkes, jakkie. Is een verbastering van jasses en jaszes!, vloeken die op hun beurt teruggaan op Jezus. Het woord doet dienst als een uitroep van tegenzin, afkeer of walging. Naast jakkes komt een verzachte vorm jakkie en jak voor. → ajakkes, jakdomme, jasses.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

jakkes ‘tussenwerpsel: uitroep van tegenzin’ -> Menadonees yakis ‘scheldwoord’; Petjoh jakkies ‘tussenwerpsel: uitroep van tegenzin’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

jakkes tussenwerpsel: uitroep van tegenzin 1910 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut