Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

jack - (vogel)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

II. jack (de, -s), (uitspr. djek), Amerikaans dikbekje, een vinkachtige zangvogel waarvan het mannetje zwart met grijs, het wijfje geelbruin is (Sporophila americana). Hun voorkeur [van zangvogelliefhebbers] gaat uit naar zaadeters zoals twatwa*, picolet* en roti*. In wat minder aanzien als ’zangers’ staan gelebek*, moestas [zie moustache*], jack en de gewone kanaries* (Helman 1978: 78). - Etym.: Vermeulen (160) schrijft djek

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut