Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

jack - (kerel; krik)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

jek s.nw. (geselstaal)
Vent, kêrel.
Verafrikaanste vorm van Eng. Jack (1640). Eerste optekening in Afr. by Kern (1890).

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

I. jack (de, -s), (uitspr. dzjek of djek), krik. Op een onbewaakt moment zwaait Mando met een djak in de richting van de dame* (Mando 25). - Etym.: E.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

jek: “rabbedoe, ruwe vent”; Eng. eien. Jack (WAT).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut