Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

-ist - (uitoefenaar van, aanhanger van)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

-ist achterv. ‘uitoefenaar van, aanhanger van’
De oorsprong van dit internationale achtervoegsel ligt in Grieks -istḗs, dat zelfstandige naamwoorden vormde bij werkwoorden met in de stam het element -iz-, bijv. baptistḗs ‘doper’ bij baptízein ‘dopen’, euangelistḗs ‘evangelist’ bij euangelízesthai ‘het evangelie verkondigen’, logistḗs ‘rekenaar’ bij logízesthai ‘rekenen’. Het klassiek Latijn nam enkele van deze woorden over met -ista en deze reeks werd uitgebreid door christelijk-Latijnse schrijvers, bijv. evangelista, psalmista, catechista, agonista. Vooral in de tijd van de Renaissance begon men dit achtervoegsel te gebruiken voor het vormen van nieuwe woorden, eerst en vooral in de Romaanse talen en het Engels, en in mindere mate in de andere Europese talen. Een onderliggend werkwoord met -iz- (Latijn -izāre, Frans -iser, Engels -ise, -ize, Nederlands -iseren) is dan al geen voorwaarde meer.
De oudste Nederlandse woorden met -iste zijn ontleningen aan het Latijn, al dan niet via het Frans: mnl. ewangeliste [1240; Bern.] naast ewangelie, c(o)roniste ‘kroniekschrijver’ [1300-25; MNW-R] naast c(o)ronike, organiste ‘organist’ [1429; MNW organe], organist [1439; MNW orgale] van organe, en artiste, waarvoor zie → artiest.
Later ontstaan ook inheemse vormingen met -ist, uit mnl. -iste met afval van de toonloze -e, en door analogiewerking ook -enist. Een vroeg voorbeeld is orgelist [1470; MNW schoutete] van orgele (vernederlandst uit organe). Hierop volgen andere benamingen van bespelers van muziekinstrumenten, zoals (in de oudste attestaties soms nog met -e) harpenist [1552; WNT zachtmoedig] naast wrsch. ouder harpenaer, luyteniste [1581; WNT luit I] naast mnl. lutenare, fluitenist [1657; WNT], klokkenist [1714; WNT versteken I]. Relatief oud zijn verder o.a. alchemist (zie → alchemie), afgodist [1583; WNT Supp.], camerist ‘kamerbewoner’ [1526; WNT], kamerist ‘lid van een rederijkerskamer’ [1615; WNT], papist ‘aanhanger van de paus’ [1616; WNT], pennist ‘klerk’ [1724; WNT].
Zeer groot wordt de productiviteit van -ist pas in de 19e eeuw. De betekenissen van de nieuwe woorden zijn daarbij onder te verdelen in:
a) Beroepen, zoals machinist, bloemist, internist.
b) Aanhangers van een persoon, denkwijze, politieke stroming of kunststroming, zoals marxist, chauvinist, pacifist, optimist, activist, socialist, impressionist, waarnaast altijd een zn. op → -isme staat.
c) Beoefenaars van een wetenschap, zoals anglist, romanist, waarnaast een zn. op -istiek staat.
Deze woorden zijn vaak internationaal en het is dan ook niet altijd goed uit te maken of zij inheems gevormd zijn of ontleend aan een andere West-Europese taal. Voor categorie c veronderstelt men ontlening aan het Duits.
Sommige woorden voor wetenschappers met -ist zijn in de 19e eeuw vervangen door een vorm zónder dat achtervoegsel, bijv. astronoom [1864; Calisch] voor ouder astronomist [1659; WNT], mineraloog [1824; Weiland] voor mineralogist [1805; WNT zwavelkies], etymoloog [1824; Weiland] voor etymologist [1689; WNT], NN econoom [1864; WNT] voor economist [1788; WNT Aanv.].

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

-ist [achtervoegsel waarmee mannelijke persoonsnamen worden gevormd] {in bv. legiste [wetgeleerde] 1201-1250} < frans -iste < latijn -ista < grieks -istès, bv. latijn baptista, grieks baptistès [doper], en bv. nederlands organist.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

-ist (Frans -iste)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

-ist ‘achtervoegsel waarmee mannelijke persoonsnamen worden gevormd’ -> Indonesisch -is ‘achtervoegsel waarmee mannelijke persoonsnamen worden gevormd’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut