Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

invloed - (inwerking; gezag)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

invloed zn. ‘inwerking; gezag’
Mnl. invlote ‘inwerking’ in van din invlote der sinne ‘onder invloed van het verstand’ [1290-1310; MNW-P], een nieuwe invloet des Heileghen Geestes ‘een nieuwe inwerking van de Heilige Geest’ [1466; MNW-P]; vnnl. der gratien in-vloedt ‘inwerking van de gratiën’ [1626; WNT]; nnl. ‘persoon of instantie met invloed’, in door een magtigen invloed ondersteund ‘door een machtig gezag ondersteund’ [1784; WNT willekeur], den invloed, dien gy op myne Dogter hebt [1785; WNT], in de verbinding onder de invloed ‘onder de invloed van alcohol’ [1950; van Dale], ook onder invloed ‘onder invloed van alcohol’ [1960; Koenen].
Gevormd uit → in en een tweede lid dat in de oudste attestatie vlote ‘het stromen’ is en dat behoort bij de wortel van mnl. vlieten ‘stromen, vloeien, drijven’, zie → vlieten. Het tweede lid in de latere attestaties en de huidige vorm is mnl. vloet, afleiding van vloeyen ‘stromen’, zie → vloed en → vloeien. Gevormd als leenvertaling van middeleeuws Latijn influentia, afleiding van klassiek Latijn īnfluere ‘binnendringen’, gevormd uit in- ‘in-’, zie → in- 3, en fluere ‘vloeien’, zie → fluctueren. Influentia duidde oorspr. de inwerking van de sterren op de mens aan en werd in mystieke teksten een omschrijving voor ‘het binnenstromen van de Heilige Geest’ (Bernardus van Clairvaux). In die betekenis is invloed van Middelhoogduits īnvluz denkbaar (FvW, Pfeifer).

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

invloed [inwerking] {invloet [het invloeien van water, invloed] 1282} < hoogduits Einfluß, in mystieke teksten, vertaald uit latijn influxus, verl. deelw. van influere [instromen] of overgenomen uit middelhoogduits invluz.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

invloed znw. m., mnl. invloet ‘het invloeien; (in devote teksten) onbewuste werking op het gemoed’; in de laatste bet. < mhd. invluz (in mystieke geschriften). — Het lat. influxus wordt reeds bij Thomas van Aquino in godsdienstige bet. gebruikt.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

invloed znw., mnl. invloet(d) m. in de bet. “invloed” alleen in devote teksten en dus als een vert. òf uit het Lat. òf uit mhd. învluʒ m. (nhd. einfluss) “invloed” te beschouwen. Het oudst is deze bet. bij mlat. influxus, influxio, influentia (> fr. eng. influence). Vgl. verder o.a. mnd. invlôt, de. indflydelse, russ. w-lijánije “invloed”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

invloed m., vertaling van Lat. influentia, van fluere = vloeien.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

invloed (Duits Einfluß)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

invloed inwerking 1282 [CG I1, 640] <Duits

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut