Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

interval - (tussentijd, tussenruimte)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

interval zn. ‘tussentijd, tussenruimte’
Mnl. dintervalle of tusschenmale ‘de tussenpozen of tussentijden (waarin men niet ziek is)’ [1485; MNW]; vnnl. interval ‘tussentijd’ [ca. 1510; WNT vertrek]; nnl. interval (in de muziek) ‘afstand tussen twee tonen’ [1883; WNT].
Via Frans intervalle ‘tussentijd’ [13e eeuw; Rey] ontleend aan Latijn intervallum ‘tussentijd, pauze’, oorspr. ‘tussenruimte, afstand’ en gevormd, wrsch. als militaire term, uit → inter- ‘tussen’ en vallum ‘verschansing, wal’, zie → wal.
Het woord wordt hoofdzakelijk gebruikt in de betekenis ‘tussentijd’. Daarnaast betekent het ook ‘afstand tussen twee tonen’ en in de natuurkunde ‘afstand tussen twee grootheden’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

interval [tussentijd] {1485} < frans intervalle < latijn intervallum [tussenruimte, tussentijd], van inter [tussen] + vallum [verdedigingswal], dus eig. de ruimte tussen twee wallen (vgl. wal).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

interval znw. (de, het), reeds laat-mnl. in de bet. “tusschentijd”. Uit lat. intervallum “id.”.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

interval (Frans intervalle)

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Interval (Lat. intervállum = tussenruimte, afstand; < → inter-, + vállus = schanspaal, palissade; lett. ruimte tussen twee palissaden). Tussenruimte, tussenpoos; afstand tussen twee muzikale tonen.

E.J. Dijksterhuis (1939), Vreemde woorden in de wiskunde

Interval (< Lat. intervallum = tussenruimte; < inter = tussen, valius = paal). Math. spec. voor de verzameling van de getallen, die voldoen aan axb, eventueel met weglating van een of beide gelijktekens.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

interval tussentijd 1485 [MNW] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut