Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

interferentie - (het op elkaar inwerken)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

interferentie zn. ‘het op elkaar inwerken’
Nnl. interferentie ‘het op elkaar inwerken van lichtstralen’ [1847; Kramers], interferentie ‘inmenging, tussenkomst’ [1864; Calisch].
In de natuurkundige betekenis een internationaal neologisme, ook bijv. Frans interférence, Duits Interferenz, voor het eerst gebruikt in het Engels, interference [1802; OED], afleiding van het werkwoord interfere ‘op elkaar inwerken van golven’ [1801; OED], eerder al algemener ‘in botsing komen’ [1613; OED], ontleend aan Oudfrans s'entreferir ‘tegen elkaar stoten’, gevormd uit entre ‘tussen’, in het Frans ontstaan uit Latijn → inter-, en Oudfrans férir ‘stoten’, ontwikkeld uit Latijn ferīre ‘id.’, ablautend verwant met forāre ‘boren’ en met → boren.
In de algemene betekenis ‘inmenging, tussenkomst’ is interferentie niet zeer frequent. Het woord wordt nog steeds vooral gebruikt in de natuurwetenschappen, maar ook als vakterm op enkele andere gebieden, bijv. in de taalkunde, waar interferentie in de tweede-taalverwerving en de dialectologie de betekenis ‘invloed van dialecten, talen, taalregisters op elkaar’ heeft.
interfereren ww. ‘op elkaar inwerken’. Nnl. interfereeren ‘op elkaar inwerken van mensen en processen’ [1897; WNT Aanv.], ‘op elkaar inwerken van golven’ [1925; WNT Aanv.]. Afleiding van het zn. naar het model van andere woordparen op -entie/-eren. In tegenstelling tot het zn. wordt het werkwoord in het Nederlands juist wel vaak in de overdrachtelijke betekenis gebruikt.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

interferentie [inmenging] {1847} < frans interférence, van latijn inter [tussen] + ferens (2e nv. ferentis), teg. deelw. van ferre [dragen, brengen].

Thematische woordenboeken

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Interferentie (= Eng. interference = inmenging, botsing; to interfere = zich mengen in, in botsing komen; < inter-, + Lat. férens, gen. -éntis = part. praes. v. férre = dragen, brengen férri = zich voortbewegen). Wederkerige inwerking (superpositie) van twee golfbewegingen.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

interferentie ‘inmenging’ -> Indonesisch intérférénsi ‘inmenging’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

interferentie inmenging 1847 [KKU] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut