Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

interface - (verbinding tussen twee systemen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

interface zn. ‘verbinding tussen twee systemen’
Nnl. interface ‘koppeling tussen verschillende computersystemen’ [1984; van Dale], user interface ‘communicatie tussen computersoftware en de gebruiker’ [1989; Smits/Koenen], gebruikersinterface ‘id.’ [1994; Algemeen Dagblad], gebruiksinterface ‘id.’ [1992; NRC], interface ‘id.’ [1997; De Coster 1999].
Verkorting van user interface of gebruik(er)sinterface, ontlening aan resp. leenvertaling van Engels user interface ‘communicatie tussen software en gebruiker’ (voor het eerste lid, zie → usance). Het tweede lid interface ‘verbinding tussen twee systemen, organisaties e.d.’ [1962; OED] is een betekenisuitbreiding van ‘verbindingsvlak’ [1882; OED], een geleerde vorming uit → inter- ‘tussen’ en het zn. face ‘vlak’, dat teruggaat op Latijn faciēs ‘gedaante, vorm’, zie → facie. In een specifiek technische betekenis werd interface ‘apparaat waarmee twee andere apparaten met elkaar gekoppeld kunnen worden’ [1964; OED] ook als simplex ontleend.

Dateringen of neologismen

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

interface (← Eng.; afk. van gebruikersinterface), computerbesturingssysteem, bijvoorbeeld Windows of MS-DOS, waardoor de gebruiker met zijn computer kan communiceren. Hierdoor wordt het mogelijk om op een overzichtelijke en intuïtieve manier allerlei opdrachten (via grafische menu’s), aan het systeem te geven. Bij programma’s op cd-rom* bijvoorbeeld, worden de opdrachten aan de computer voor de gebruiker vertaald in een grafische weergave met symbolen als knoppenbalken, pijltjes, iconen e.d. Hierdoor worden deze opdrachten, of voor de computer verstaanbare codes, omgezet in mensentaal.

Interface (tussengezicht) in de elektronica: voorziening die de verbinding tussen twee componenten van een complex systeem verzorgt, door omzetting van signalen van een voor de ene component geschikte vorm in een vorm die geschikt is voor de andere component. Bijv. een computerprogramma dat de gebruiker zijn opdrachten gewoon in ‘mensentaal’ laat geven, en die opdrachten vertaalt in voor de computer verstaanbare codes, en omgekeerd de codes die de computer oplevert omzet in mededelingen in ‘mensentaal’. (Liesbeth Koenen en Rik Smits: Peptalk, 1992)
Ondanks de slechte interface is deze cd echter zeer bruikbaar: gewoon een telefoonnummer opzoeken gaat immers prima. (PC-Active, januari 1997)
Na het opstarten krijg je een interface te zien waarin je je meteen goed thuisvoelt. (Computer Magazine, februari 1997)
De interface heeft vanzelfsprekend een face-lift ondergaan, en is in alle applicaties gelijk. (PC-Active, mei 1997)
In Amerika hebben ze nu een interface ontwikkeld waarmee je spelletjes kan besturen met je hersenen. (Nieuwe Revu, 11/06/97)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut