Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

installeren - (gereedmaken voor functionering; inhuldigen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

installeren ww. ‘gereedmaken voor functionering; inhuldigen’
Mnl. installeren ‘(iemand) officieel een plaats geven’, slechts eenmaal aangetroffen, in dat got ... die silen bouen croent ende installeert met hem tesine ‘dat God de zielen daarboven (= in de hemel) kroont en een plaats geeft om bij hem te zijn’ [1265-70; CG II, Lut.K]; vnnl. installeren ‘(iemand) plechtig bevestigen in een ambt’ [1691; WNT]; nnl. ‘op een plaats zetten’, meestal wederkerend zich installeren ‘zich vestigen’ [1867; WNT], installeren ‘gereedmaken voor functionering (bijv. machines)’ [1908; WNT], ‘id. van computerprogramma's’ [1985; Sijs 2001].
In de Middelnederlandse vindplaats, die ouder is dan de oudste Franse, wrsch. rechtstreeks ontleend aan het Latijn. In de latere betekenissen ontleend aan Frans installer wederkerend ‘zich vestigen’ [1690; Rey], eerder al ‘op een bepaalde plaats zetten (van zaken)’ [1596; Rey] en ‘in een ambt bevestigen (van personen)’ [1349; Rey], ontleend aan middeleeuws Latijn installare ‘(iemand) met een geestelijke functie bekleden’ [1236; Niermeyer], gevormd uit → in- 3 ‘in-’ en stallum ‘standplaats; zetel in een kerk’, een Germaans leenwoord en hetzelfde woord als → stal. De betekenis ‘gereedmaken voor functionering’ is, gezien de periode van ontlening en de meestal technische context, mogelijk via het Duits overgenomen: Duits Installation (zn.) ‘installatie van technische apparaten’ [1870; Pfeifer], installieren ‘technisch gereedmaken’ [20e eeuw; Pfeifer]; die betekenis is overigens ook ontleend aan Frans installer ‘gereedmaken voor functionering’ [1857; Rey]. De betekenis in computercontext komt uit het Engels.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

installeren [inrichten, bevestigen (in een ambt)] {1691} < frans installer < middeleeuws latijn installare [idem], van in [in] + stallum < latijn stabulum [stal].

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

installeren ‘inrichten, bevestigen (in een ambt)’ (Frans installer)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

installeren inrichten, bevestigen (in een ambt) 1691 [WNT] <Frans

installeren computerprogramma op de harde schijf zetten 1985 [HCC nieuwsbrief dec. 11, 74] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut